BBB eist opheldering over hinder en slaapverstoring door windturbines

Gepubliceerd op 9 oktober 2026

Nederlanders ondervinden ernstige hinder en slaapverstoring door windturbines. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM en het CBS. De uitkomsten roepen volgens BBB serieuze vragen op over de bescherming van omwonenden, de informatievoorziening aan gemeenten en de onderbouwing van toekomstige windturbinenormen.

BBB-fractievoorzitter Henk Vermeer heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Klimaat en Groene Groei.

”Als Nederlanders ernstige hinder en slaapverstoring door windturbines rapporteren, dan moet je dat niet wegwuiven als een statistisch detail. Achter die cijfers zitten mensen die iedere dag met de gevolgen te maken hebben. Het kabinet moet uitleggen wat er aan de hand is en hoe inwoners worden beschermd.”

Vooral de ontwikkeling van de cijfers over slaapverstoring roept vragen op. BBB wil weten hoeveel mensen daadwerkelijk achter deze percentages schuilgaan, waardoor verschillen tussen de jaren worden veroorzaakt en of kenmerken zoals hoogte, vermogen, rotordiameter en afstand tot woningen daarbij een rol spelen.

Juiste informatie voor gemeenten

BBB maakt zich daarnaast zorgen over de kwaliteit van de informatie waarop lokale bestuurders hun besluiten baseren.

Tijdens een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad van Amersfoort werd een percentage van 0,0 procent ernstige slaapverstoring door windturbines gepresenteerd, terwijl een onderzoek van het RIVM op dat moment een hoger percentage rapporteerde. BBB wil weten hoe zulke verschillen kunnen ontstaan en hoe het kabinet ervoor zorgt dat gemeenten en provincies beschikken over actuele en volledige informatie.

”Gemeenteraden nemen besluiten die tientallen jaren gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving van inwoners. Dan moet er geen enkele twijfel bestaan over de cijfers waarop die besluiten worden gebaseerd. Mensen mogen verwachten dat overheden met dezelfde feiten werken.”

Volgens BBB gaat het om meer dan een discussie over een enkel percentage. Wanneer inwoners en bestuurders verschillende signalen krijgen over mogelijke hinder en gezondheidseffecten, ondermijnt dat het vertrouwen in de besluitvorming.

Kinderen en gezondheid

BBB vraagt ook aandacht voor kinderen. Het belangrijkste onderzoek naar hinder en slaapverstoring richt zich op Nederlanders van 16 jaar en ouder. De partij wil weten waarop de bescherming van kinderen is gebaseerd zolang zij niet rechtstreeks worden meegenomen in dat onderzoek.

Daarnaast vraagt BBB welke kennis nog ontbreekt over de gevolgen van langdurige blootstelling aan windturbinegeluid, laagfrequent geluid en infrageluid.

”Juist waar nog onzekerheden bestaan, moet de overheid extra zorgvuldig zijn. Je kunt inwoners niet vragen vertrouwen te hebben in normen als niet duidelijk is welke kennis beschikbaar is, welke kennis ontbreekt en hoe daarmee wordt omgegaan.”

Eerst duidelijkheid, dan normen

Tegelijkertijd zijn nieuwe landelijke windturbinenormen nog altijd in voorbereiding. Gemeenten en provincies moeten ondertussen wel besluiten nemen over nieuwe windprojecten.

BBB wil weten welk beschermingsniveau de nieuwe normen moeten bieden en hoe wordt voorkomen dat projecten nu worden vergund op basis van regels die uiteindelijk minder bescherming bieden dan de toekomstige landelijke normen.

”Windturbines plaats je niet op papier, maar in de woonomgeving van mensen. Dan moet vooraf duidelijk zijn hoeveel hinder en slaapverstoring optreden, hoe die kennis wordt meegewogen bij het vaststellen van normen en waarop omwonenden mogen rekenen. Niet andersom.”

BBB vindt dat de bescherming van inwoners centraal moet staan en wil dat het kabinet volledige duidelijkheid geeft over de onderzoeksresultaten, de normstelling en de gevolgen voor mensen die in de buurt van windturbines wonen.

Daarom zijn de volgende Schriftelijke Kamervragen gesteld:

Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Klimaat en Groene Groei over ernstige hinder en slaapverstoring in de woonomgeving door windturbines en de totstandkoming van landelijke windturbinenormen

  1. Bent u bekend met de RIVM/CBS rapporten van de Onderzoeken Beleving Woonomgeving (OBW) naar hinder en slaapverstoring?[1]
  2. Kunt u voor de jaren 2019 tot en met 2024 aangeven welk percentage van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder volgens het Onderzoek Beleving Woonomgeving ernstige geluidhinder respectievelijk ernstige slaapverstoring door windturbines rapporteerde?
  3. Kunt u deze percentages per jaar vertalen naar geschatte aantallen Nederlanders en daarbij de betrouwbaarheidsintervallen, steekproefomvang en eventuele gevolgen van afronding vermelden?
  4. Hoe verklaart u dat de gerapporteerde ernstige slaapverstoring door windturbinegeluid gemiddeld 0,1 procent bedroeg in 2019 tot en met 2022, 0,4 procent in 2023 en 0,3 procent in 2024? Zijn deze verschillen statistisch significant en hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
  5. Welke oorzaken van deze verschillen zijn onderzocht en welke conclusies kunnen daaruit worden getrokken?
  6. Is onderzocht of de ontwikkeling van ernstige hinder en slaapverstoring samenhangt met veranderingen in het aantal windturbines, de tiphoogte, het vermogen, de rotordiameter of de afstand tot woningen? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, waarom niet?
  7. Klopt het dat tijdens een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad van Amersfoort op 15 april 2025 een percentage van 0,0 procent ernstige slaapverstoring door windturbines is gepresenteerd, terwijl het meest recente Onderzoek Beleving Woonomgeving over 2023 uitkwam op 0,4 procent, en hoe verklaart u dit verschil en wat zegt dit volgens u over de wijze waarop actuele RIVM-gegevens over windturbinehinder hun weg vinden naar decentrale overheden?[2]
  8. Acht u het wenselijk dat gemeenten en provincies besluiten over windturbineprojecten kunnen baseren op cijfers die afwijken van de meest recente RIVM-onderzoeken en, zo nee, welke verantwoordelijkheid ziet u voor het RIVM en het kabinet om dergelijke situaties te voorkomen?
  9. Welke concrete waarborgen gelden voor de actualiteit en volledigheid van informatie die door of namens het RIVM, GGD’en en door de overheid ondersteunde expertisepunten over windturbines wordt verstrekt?
  10. Welke kennis ontbreekt momenteel nog over de gevolgen van langdurige blootstelling aan windturbinegeluid, laagfrequent geluid en infrageluid voor hinder, slaap en gezondheid en, voor zover dergelijke kennis ontbreekt, acht u de huidige wetenschappelijke basis voldoende om te bepalen welke afstand en welk geluidsniveau nodig zijn om omwonenden voldoende te beschermen?
  11. Welke resultaten moet het lopende RIVM-onderzoek naar de blootstelling-responsrelatie tussen windturbinegeluid, hinder en slaapverstoring opleveren, wanneer worden deze resultaten verwacht en kunnen deze nog worden verwerkt in de nieuwe landelijke windturbinenormen?
  12. Waarom behoren kinderen jonger dan 16 jaar niet tot de doelpopulatie van het OBW en via welk onderzoek worden hinder en slaapverstoring door windturbinegeluid bij deze groep wel vastgesteld?
  13. Op welke wetenschappelijke gegevens baseert het kabinet zich bij de bescherming van kinderen tegen nachtelijk windturbinegeluid, zolang rechtstreeks onderzoek onder deze leeftijdsgroep ontbreekt?
  14. Welke concrete rol spelen ernstige hinder en slaapverstoring bij de vaststelling van de landelijke normen voor geluid en afstand, welk beschermingsniveau wil het kabinet daarmee voor omwonenden bereiken en hoe wordt daarbij omgegaan met bestaande onzekerheden over mogelijke gezondheidseffecten?
  15. Welke regels gelden voor windprojecten waarover gemeenten en provincies besluiten voordat de nieuwe landelijke windturbinenormen in werking treden?
  16. Hoe voorkomt u dat in deze tussenperiode projecten worden vergund op basis van lokaal vastgestelde normen die omwonenden minder bescherming bieden dan de toekomstige landelijke normen en welke gevolgen heeft het voor reeds verleende vergunningen indien de landelijke normen uiteindelijk strenger blijken te zijn?

[1] Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW), Hinder en slaapverstoring in de woonomgeving 2024

[2] Vergadering Commissie Omgeving 15-04-2025 Gemeente Amersfoort (1.18.33)

Deel dit artikel

ANP-571746666-windturbines-LR

BBB eist opheldering over hinder en slaapverstoring door windturbines

ANP-571746666-windturbines-LR

Nederlanders ondervinden ernstige hinder en slaapverstoring door windturbines. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM en het CBS. De uitkomsten roepen volgens BBB serieuze vragen op over de bescherming van omwonenden, de informatievoorziening aan gemeenten en de onderbouwing van toekomstige windturbinenormen.

BBB-fractievoorzitter Henk Vermeer heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Klimaat en Groene Groei.

”Als Nederlanders ernstige hinder en slaapverstoring door windturbines rapporteren, dan moet je dat niet wegwuiven als een statistisch detail. Achter die cijfers zitten mensen die iedere dag met de gevolgen te maken hebben. Het kabinet moet uitleggen wat er aan de hand is en hoe inwoners worden beschermd.”

Vooral de ontwikkeling van de cijfers over slaapverstoring roept vragen op. BBB wil weten hoeveel mensen daadwerkelijk achter deze percentages schuilgaan, waardoor verschillen tussen de jaren worden veroorzaakt en of kenmerken zoals hoogte, vermogen, rotordiameter en afstand tot woningen daarbij een rol spelen.

Juiste informatie voor gemeenten

BBB maakt zich daarnaast zorgen over de kwaliteit van de informatie waarop lokale bestuurders hun besluiten baseren.

Tijdens een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad van Amersfoort werd een percentage van 0,0 procent ernstige slaapverstoring door windturbines gepresenteerd, terwijl een onderzoek van het RIVM op dat moment een hoger percentage rapporteerde. BBB wil weten hoe zulke verschillen kunnen ontstaan en hoe het kabinet ervoor zorgt dat gemeenten en provincies beschikken over actuele en volledige informatie.

”Gemeenteraden nemen besluiten die tientallen jaren gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving van inwoners. Dan moet er geen enkele twijfel bestaan over de cijfers waarop die besluiten worden gebaseerd. Mensen mogen verwachten dat overheden met dezelfde feiten werken.”

Volgens BBB gaat het om meer dan een discussie over een enkel percentage. Wanneer inwoners en bestuurders verschillende signalen krijgen over mogelijke hinder en gezondheidseffecten, ondermijnt dat het vertrouwen in de besluitvorming.

Kinderen en gezondheid

BBB vraagt ook aandacht voor kinderen. Het belangrijkste onderzoek naar hinder en slaapverstoring richt zich op Nederlanders van 16 jaar en ouder. De partij wil weten waarop de bescherming van kinderen is gebaseerd zolang zij niet rechtstreeks worden meegenomen in dat onderzoek.

Daarnaast vraagt BBB welke kennis nog ontbreekt over de gevolgen van langdurige blootstelling aan windturbinegeluid, laagfrequent geluid en infrageluid.

”Juist waar nog onzekerheden bestaan, moet de overheid extra zorgvuldig zijn. Je kunt inwoners niet vragen vertrouwen te hebben in normen als niet duidelijk is welke kennis beschikbaar is, welke kennis ontbreekt en hoe daarmee wordt omgegaan.”

Eerst duidelijkheid, dan normen

Tegelijkertijd zijn nieuwe landelijke windturbinenormen nog altijd in voorbereiding. Gemeenten en provincies moeten ondertussen wel besluiten nemen over nieuwe windprojecten.

BBB wil weten welk beschermingsniveau de nieuwe normen moeten bieden en hoe wordt voorkomen dat projecten nu worden vergund op basis van regels die uiteindelijk minder bescherming bieden dan de toekomstige landelijke normen.

”Windturbines plaats je niet op papier, maar in de woonomgeving van mensen. Dan moet vooraf duidelijk zijn hoeveel hinder en slaapverstoring optreden, hoe die kennis wordt meegewogen bij het vaststellen van normen en waarop omwonenden mogen rekenen. Niet andersom.”

BBB vindt dat de bescherming van inwoners centraal moet staan en wil dat het kabinet volledige duidelijkheid geeft over de onderzoeksresultaten, de normstelling en de gevolgen voor mensen die in de buurt van windturbines wonen.

Daarom zijn de volgende Schriftelijke Kamervragen gesteld:

Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Klimaat en Groene Groei over ernstige hinder en slaapverstoring in de woonomgeving door windturbines en de totstandkoming van landelijke windturbinenormen

  1. Bent u bekend met de RIVM/CBS rapporten van de Onderzoeken Beleving Woonomgeving (OBW) naar hinder en slaapverstoring?[1]
  2. Kunt u voor de jaren 2019 tot en met 2024 aangeven welk percentage van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder volgens het Onderzoek Beleving Woonomgeving ernstige geluidhinder respectievelijk ernstige slaapverstoring door windturbines rapporteerde?
  3. Kunt u deze percentages per jaar vertalen naar geschatte aantallen Nederlanders en daarbij de betrouwbaarheidsintervallen, steekproefomvang en eventuele gevolgen van afronding vermelden?
  4. Hoe verklaart u dat de gerapporteerde ernstige slaapverstoring door windturbinegeluid gemiddeld 0,1 procent bedroeg in 2019 tot en met 2022, 0,4 procent in 2023 en 0,3 procent in 2024? Zijn deze verschillen statistisch significant en hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
  5. Welke oorzaken van deze verschillen zijn onderzocht en welke conclusies kunnen daaruit worden getrokken?
  6. Is onderzocht of de ontwikkeling van ernstige hinder en slaapverstoring samenhangt met veranderingen in het aantal windturbines, de tiphoogte, het vermogen, de rotordiameter of de afstand tot woningen? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, waarom niet?
  7. Klopt het dat tijdens een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad van Amersfoort op 15 april 2025 een percentage van 0,0 procent ernstige slaapverstoring door windturbines is gepresenteerd, terwijl het meest recente Onderzoek Beleving Woonomgeving over 2023 uitkwam op 0,4 procent, en hoe verklaart u dit verschil en wat zegt dit volgens u over de wijze waarop actuele RIVM-gegevens over windturbinehinder hun weg vinden naar decentrale overheden?[2]
  8. Acht u het wenselijk dat gemeenten en provincies besluiten over windturbineprojecten kunnen baseren op cijfers die afwijken van de meest recente RIVM-onderzoeken en, zo nee, welke verantwoordelijkheid ziet u voor het RIVM en het kabinet om dergelijke situaties te voorkomen?
  9. Welke concrete waarborgen gelden voor de actualiteit en volledigheid van informatie die door of namens het RIVM, GGD’en en door de overheid ondersteunde expertisepunten over windturbines wordt verstrekt?
  10. Welke kennis ontbreekt momenteel nog over de gevolgen van langdurige blootstelling aan windturbinegeluid, laagfrequent geluid en infrageluid voor hinder, slaap en gezondheid en, voor zover dergelijke kennis ontbreekt, acht u de huidige wetenschappelijke basis voldoende om te bepalen welke afstand en welk geluidsniveau nodig zijn om omwonenden voldoende te beschermen?
  11. Welke resultaten moet het lopende RIVM-onderzoek naar de blootstelling-responsrelatie tussen windturbinegeluid, hinder en slaapverstoring opleveren, wanneer worden deze resultaten verwacht en kunnen deze nog worden verwerkt in de nieuwe landelijke windturbinenormen?
  12. Waarom behoren kinderen jonger dan 16 jaar niet tot de doelpopulatie van het OBW en via welk onderzoek worden hinder en slaapverstoring door windturbinegeluid bij deze groep wel vastgesteld?
  13. Op welke wetenschappelijke gegevens baseert het kabinet zich bij de bescherming van kinderen tegen nachtelijk windturbinegeluid, zolang rechtstreeks onderzoek onder deze leeftijdsgroep ontbreekt?
  14. Welke concrete rol spelen ernstige hinder en slaapverstoring bij de vaststelling van de landelijke normen voor geluid en afstand, welk beschermingsniveau wil het kabinet daarmee voor omwonenden bereiken en hoe wordt daarbij omgegaan met bestaande onzekerheden over mogelijke gezondheidseffecten?
  15. Welke regels gelden voor windprojecten waarover gemeenten en provincies besluiten voordat de nieuwe landelijke windturbinenormen in werking treden?
  16. Hoe voorkomt u dat in deze tussenperiode projecten worden vergund op basis van lokaal vastgestelde normen die omwonenden minder bescherming bieden dan de toekomstige landelijke normen en welke gevolgen heeft het voor reeds verleende vergunningen indien de landelijke normen uiteindelijk strenger blijken te zijn?

[1] Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW), Hinder en slaapverstoring in de woonomgeving 2024

[2] Vergadering Commissie Omgeving 15-04-2025 Gemeente Amersfoort (1.18.33)

Deel dit artikel