De feiten over de rekenkundige ondergrens
Gepubliceerd op 23 oktober 2025
- Het probleem: een model dat te precies wil zijn
Het AERIUS-model is ooit ontwikkeld om op landelijk niveau richting te geven aan het stikstofbeleid. Het helpt om te zien waar de grote bronnen van stikstofuitstoot liggen en wat de effecten zijn van brede maatregelen. Maar inmiddels wordt AERIUS gebruikt voor iets waarvoor het nooit bedoeld was: het beoordelen van individuele vergunningaanvragen voor bijvoorbeeld woningbouw, energieprojecten, bedrijfsuitbreidingen en stalinnovaties.
En daar gaat het mis. Want sinds 2019 is meermalen wetenschappelijk vastgesteld dat het model daar niet geschikt voor is. AERIUS berekent zó gedetailleerd dat de uitkomsten niet meer in verhouding staan tot de onzekerheid van de onderliggende data. De uitkomst lijkt exact, maar is dat niet: het is schijnzekerheid.
- De wetenschap is duidelijk: AERIUS is niet geschikt voor vergunningverlening
De commissie Hordijk (Commissie Meten en Berekenen Stikstof) concludeerde in 2020 dat AERIUS niet geschikt is om op projectniveau te gebruiken. Volgens de commissie is het model “niet meer in balans met de mate van wetenschappelijke onzekerheid over de neerslag van stikstof”.
Die conclusie werd in 2023 bevestigd door TNO en de Universiteit van Amsterdam. Zij stelden dat er een rekenkundige ondergrens (RKO) moet worden vastgesteld: een punt waarop de berekening zo onzeker wordt, dat je er geen juridische of bestuurlijke besluiten meer op kunt baseren. TNO en UvA konden toen nog geen exact getal bepalen.
In 2024 deed prof. Arthur Petersen dat wel: hij stelde de ondergrens op 1 mol stikstof per hectare per jaar. Hij was ook de wetenschapper die eerder de 25 kilometer-afkapgrens voor het model vaststelde.
- Wat de rekenkundige ondergrens eigenlijk betekent
De RKO bepaalt vanaf welk punt het model te onzeker wordt om nog aan een specifieke vergunningaanvrager toe te schrijven dat diens activiteit stikstofdepositie veroorzaakt.
Concreet betekent dit:
• Als de kans minder dan 50% is dat de gemeten of berekende stikstofneerslag daadwerkelijk door het aangevraagde project komt,
• dan mag de overheid niet doen alsof dat wel zo is.
• En dus mag een vergunning op die basis niet worden tegengehouden.
In zulke gevallen ligt de verantwoordelijkheid weer bij de overheid zelf: via algemeen natuurbeleid of generieke maatregelen om stikstof te verlagen, in plaats van via individuele aanvragers.
- Waarom de invoering van de RKO dringend is
Het is wrang dat de overheid al jaren treuzelt met de invoering van deze wetenschappelijke ondergrens. Door dat uitstel wordt de verantwoordelijkheid om stikstof te verlagen onterecht afgewenteld op bedrijven, boeren en woningbouwers. Projecten die juist bijdragen aan verduurzaming, innovatie of economische groei blijven daardoor vastzitten, terwijl de wetenschap helder is: de berekende depositie bij zulke lage waarden is niet betrouwbaar.
Het invoeren van de RKO is bovendien technisch eenvoudig. Het vergt slechts een kleine aanpassing in AERIUS: in plaats van afronden op twee decimalen, moet het model afronden op hele getallen. Dat is geen grote softwareoperatie, maar moet gewoon geregeld worden.
- Moet de Raad van State eerst uitspraak doen?
Nee. Sommigen beweren dat invoering van de RKO niet kan voordat de Raad van State erover heeft geoordeeld. Dat klopt niet. Er is geen enkele wettelijke bepaling die zegt dat de RKO pas mag gelden na een uitspraak van de Raad van State. In de kabinetsbrief staat alleen dat de ondergrens wordt ingebracht in een lopende zaak, zodat de uitspraak van de Raad van State achteraf bevestiging kan geven van de juistheid ervan. Het is dus géén voorwaarde voor invoering, maar juist een manier om snel duidelijkheid en juridische zekerheid te krijgen voor ondernemers en overheden.
- De impact op economie en stikstofuitstoot
AERIUS zelf rekent met een aanname van 2,5% economische groei per jaar, inclusief het doorgaan van vergunningverlening. Het huidige vergunningenstelsel, dat veel projecten blokkeert, leidt dus feitelijk tot economische krimp en daarmee ook tot minder stikstofuitstoot dan in de modelberekeningen is voorzien.
Als vergunningverlening weer op gang komt onder de RKO, stijgt de stikstofemissie waarschijnlijk met minder dan 1%. Zelfs dát ligt nog onder wat AERIUS zelf al in de toekomstverwachtingen meerekent. Bovendien kunnen dan ook verduurzamingsprojecten weer doorgaan, die juist bijdragen aan verlaging van stikstof in de praktijk.
Conclusie
De discussie over de rekenkundige ondergrens is geen technisch detail, maar een fundamenteel vraagstuk over wetenschappelijke eerlijkheid en bestuurlijke redelijkheid. De feiten zijn helder: het AERIUS-model is te onnauwkeurig om individuele vergunningen op af te wijzen. De wetenschap heeft de ondergrens bepaald en de overheid moet die nu gewoon invoeren.
Zonder uitstel, met als doel dat verantwoord beleid en gezond verstand weer leidend worden in het stikstofdossier. Zodat woningbouw, defensie, industrie en landbouw weer loskomen.
Deel dit artikel
De feiten over de rekenkundige ondergrens
- Het probleem: een model dat te precies wil zijn
Het AERIUS-model is ooit ontwikkeld om op landelijk niveau richting te geven aan het stikstofbeleid. Het helpt om te zien waar de grote bronnen van stikstofuitstoot liggen en wat de effecten zijn van brede maatregelen. Maar inmiddels wordt AERIUS gebruikt voor iets waarvoor het nooit bedoeld was: het beoordelen van individuele vergunningaanvragen voor bijvoorbeeld woningbouw, energieprojecten, bedrijfsuitbreidingen en stalinnovaties.
En daar gaat het mis. Want sinds 2019 is meermalen wetenschappelijk vastgesteld dat het model daar niet geschikt voor is. AERIUS berekent zó gedetailleerd dat de uitkomsten niet meer in verhouding staan tot de onzekerheid van de onderliggende data. De uitkomst lijkt exact, maar is dat niet: het is schijnzekerheid.
- De wetenschap is duidelijk: AERIUS is niet geschikt voor vergunningverlening
De commissie Hordijk (Commissie Meten en Berekenen Stikstof) concludeerde in 2020 dat AERIUS niet geschikt is om op projectniveau te gebruiken. Volgens de commissie is het model “niet meer in balans met de mate van wetenschappelijke onzekerheid over de neerslag van stikstof”.
Die conclusie werd in 2023 bevestigd door TNO en de Universiteit van Amsterdam. Zij stelden dat er een rekenkundige ondergrens (RKO) moet worden vastgesteld: een punt waarop de berekening zo onzeker wordt, dat je er geen juridische of bestuurlijke besluiten meer op kunt baseren. TNO en UvA konden toen nog geen exact getal bepalen.
In 2024 deed prof. Arthur Petersen dat wel: hij stelde de ondergrens op 1 mol stikstof per hectare per jaar. Hij was ook de wetenschapper die eerder de 25 kilometer-afkapgrens voor het model vaststelde.
- Wat de rekenkundige ondergrens eigenlijk betekent
De RKO bepaalt vanaf welk punt het model te onzeker wordt om nog aan een specifieke vergunningaanvrager toe te schrijven dat diens activiteit stikstofdepositie veroorzaakt.
Concreet betekent dit:
• Als de kans minder dan 50% is dat de gemeten of berekende stikstofneerslag daadwerkelijk door het aangevraagde project komt,
• dan mag de overheid niet doen alsof dat wel zo is.
• En dus mag een vergunning op die basis niet worden tegengehouden.
In zulke gevallen ligt de verantwoordelijkheid weer bij de overheid zelf: via algemeen natuurbeleid of generieke maatregelen om stikstof te verlagen, in plaats van via individuele aanvragers.
- Waarom de invoering van de RKO dringend is
Het is wrang dat de overheid al jaren treuzelt met de invoering van deze wetenschappelijke ondergrens. Door dat uitstel wordt de verantwoordelijkheid om stikstof te verlagen onterecht afgewenteld op bedrijven, boeren en woningbouwers. Projecten die juist bijdragen aan verduurzaming, innovatie of economische groei blijven daardoor vastzitten, terwijl de wetenschap helder is: de berekende depositie bij zulke lage waarden is niet betrouwbaar.
Het invoeren van de RKO is bovendien technisch eenvoudig. Het vergt slechts een kleine aanpassing in AERIUS: in plaats van afronden op twee decimalen, moet het model afronden op hele getallen. Dat is geen grote softwareoperatie, maar moet gewoon geregeld worden.
- Moet de Raad van State eerst uitspraak doen?
Nee. Sommigen beweren dat invoering van de RKO niet kan voordat de Raad van State erover heeft geoordeeld. Dat klopt niet. Er is geen enkele wettelijke bepaling die zegt dat de RKO pas mag gelden na een uitspraak van de Raad van State. In de kabinetsbrief staat alleen dat de ondergrens wordt ingebracht in een lopende zaak, zodat de uitspraak van de Raad van State achteraf bevestiging kan geven van de juistheid ervan. Het is dus géén voorwaarde voor invoering, maar juist een manier om snel duidelijkheid en juridische zekerheid te krijgen voor ondernemers en overheden.
- De impact op economie en stikstofuitstoot
AERIUS zelf rekent met een aanname van 2,5% economische groei per jaar, inclusief het doorgaan van vergunningverlening. Het huidige vergunningenstelsel, dat veel projecten blokkeert, leidt dus feitelijk tot economische krimp en daarmee ook tot minder stikstofuitstoot dan in de modelberekeningen is voorzien.
Als vergunningverlening weer op gang komt onder de RKO, stijgt de stikstofemissie waarschijnlijk met minder dan 1%. Zelfs dát ligt nog onder wat AERIUS zelf al in de toekomstverwachtingen meerekent. Bovendien kunnen dan ook verduurzamingsprojecten weer doorgaan, die juist bijdragen aan verlaging van stikstof in de praktijk.
Conclusie
De discussie over de rekenkundige ondergrens is geen technisch detail, maar een fundamenteel vraagstuk over wetenschappelijke eerlijkheid en bestuurlijke redelijkheid. De feiten zijn helder: het AERIUS-model is te onnauwkeurig om individuele vergunningen op af te wijzen. De wetenschap heeft de ondergrens bepaald en de overheid moet die nu gewoon invoeren.
Zonder uitstel, met als doel dat verantwoord beleid en gezond verstand weer leidend worden in het stikstofdossier. Zodat woningbouw, defensie, industrie en landbouw weer loskomen.