Reactie BBB op Deloitte/NRC: “Verborgen aannames, zichtbare risico’s van verschuiving”

Gepubliceerd op 7 november 2025

De Nederlandse landbouw behoort tot de meest efficiënte ter wereld. Op nauwelijks 2 miljoen hectare produceren onze boeren voedsel met topopbrengsten per hectare en een exportpositie van wereldformaat. Dat onderkent Deloitte zelf in de inleiding van het rapport. Toch concludeert Deloitte dat de “maatschappelijke kosten” van de primaire landbouw (18,6 mld) de toegevoegde waarde (13,3 mld) overstijgen. Daarmee wordt gesuggereerd dat het saldo voor de samenleving negatief is. BBB ziet drie grote problemen met die redenering.

1) Het rapport kijkt te smal: Alleen primaire productie, niet de échte keten

Deloitte beperkt de analyse tot primaire productie. Verwerking, logistiek, retail, consumptie en herverwerking vallen buiten het onderzoek. Terwijl juist die schakels banen, innovatie en exportwaarde drijven. De primaire productie bedraagt ongeveer 1,4% van ons BBP, terwijl de gehele keten ongeveer 6,9% van ons BBP bedraagt. Dat vertekent de balans tussen “kosten” en “baten” structureel. BBB begrijpt niet waarom de onderzoekers werken met enkel de toegevoegde waarde van de primaire landbouw (18,6 mld). Je zou moeten werken met de toegevoegde waarde van de gehele keten. Dat komt dan neer op ongeveer 72 miljard euro per jaar.

2) De “schadeposten” zijn geen echte kosten: Het is een model, geen kasboekje

De bedragen die Deloitte “maatschappelijke kosten” noemt, zijn geen echte uitgaven die vandaag uit de schatkist gaan, maar modelberekeningen. Het rapport doet alsof er miljarden “verdwijnen”, terwijl die bedragen niet als werkelijke kosten worden betaald. Tegelijkertijd rekent het rapport aan de schadekant heel zwaar, terwijl het de batenkant juist klein houdt. De waarde van de hele voedselketen, onze exportpositie, innovatiekracht, voedselzekerheid én de rol van boeren in het onderhoud van ons land blijven buiten beeld. En dat laatst genoemde is geen detail: boeren beheren 51% van het Nederlandse landoppervlak. Zij verzorgen het platteland en zijn de ruggengraat van dorpen, werkgelegenheid en regionale economie. Als je alleen de vermeende “schade” zwaar maakt en de echte maatschappelijke waarde nauwelijks meeneemt, dan is de uitkomst vooraf voorspelbaar. En daarmee vertelt het rapport maar de helft van het verhaal.

3) De voorgestelde ‘oplossing’ schuift productie en uitstoot over de grens: Dat helpt het klimaat niet

Deloitte rekent met een scenario waarin de landbouw volledig omschakelt naar 100% biologisch. Maar de onderzoekers geven zelf aan dat dit op middellange termijn niet realistisch is en tot lagere productie en uitvoeringsproblemen leidt. Daarbij waarschuwen ze voor milieulekkage: wanneer Nederland minder produceert, verschuift de productie naar andere landen, waar vaak meer uitstoot per kilo product en lagere opbrengsten per hectare voorkomen. Het klimaat stopt niet bij de grens. Minder productie hier betekent vaak méér schade wereldwijd.

Het rapport erkent bovendien dat Nederland extreem efficiënt produceert op weinig ruimte. Als we die efficiëntie afbouwen, verliezen we voedselzekerheid en maken we ons afhankelijk van landen met minder strenge regels. De echte vraag is daarom niet hoeveel Nederland produceert, maar waar ter wereld voedsel het schoonst geproduceerd kan worden. In veel gevallen is dat hier.

Tot slot geeft Deloitte zelf aan dat internationale afstemming nodig is om weglek te voorkomen. Dat is precies de lijn van BBB: gelijke regels in Europa en eerlijke handelsvoorwaarden daarbuiten, zodat we problemen oplossen in plaats van verplaatsen.

De route die wél werkt

BBB kiest voor een aanpak waarbij we niet de sector afbreken, maar haar verder verduurzamen met innovatie en doelgerichte sturing op uitstoot. Dat betekent: boeren de ruimte geven om te investeren in technieken die emissies verlagen, zoals precisielandbouw, slimmere reductiemethoden, modernere stalsystemen en efficiëntere energie- en waterhuishouding. Daarbij hoort dat we boeren belonen voor wat ze bijdragen aan landschap, biodiversiteit en waterkwaliteit, in plaats van generieke krimp af te dwingen. Dat we de invoering van nieuwe technieken versnellen via investeringsruimte en risicodeling. Dat we de keten beter sluiten door reststromen slimmer te benutten en circulariteit te versterken. En dat we zorgen voor eerlijke concurrentie, met gelijke eisen voor geïmporteerde producten en afspraken in Europa om weglek te voorkomen. Want verduurzaming werkt alleen als iedereen onder dezelfde regels produceert.

Conclusie

Het Deloitte-rapport is interessant als denkoefening, maar het mag geen basis worden voor het afbouwen van de Nederlandse landbouw. Het model kijkt te smal, onderschat de kracht en efficiëntie van onze boeren en overschat hypothetische omschakelscenario’s die in de praktijk grote risico’s geven voor voedselzekerheid, economie en leefbaarheid van het platteland. Bovendien erkent het rapport zelf dat het risico groot is dat we de milieuschade simpelweg verplaatsen naar het buitenland als we hier productie verminderen. BBB kiest daarom voor de route die wereldwijd echt verschil maakt: innovatie, slimme doelsturing en eerlijke handelsvoorwaarden. Zo houden we de voedselproductie dichtbij huis, met lagere uitstoot per kilo product, met sterker landschap en waterkwaliteit, en met boeren die kunnen blijven bestaan. Niet afbreken, maar verbeteren.

Deel dit artikel

Stikstofbeleid_BBB-Utrecht

Reactie BBB op Deloitte/NRC: “Verborgen aannames, zichtbare risico’s van verschuiving”

Stikstofbeleid_BBB-Utrecht

De Nederlandse landbouw behoort tot de meest efficiënte ter wereld. Op nauwelijks 2 miljoen hectare produceren onze boeren voedsel met topopbrengsten per hectare en een exportpositie van wereldformaat. Dat onderkent Deloitte zelf in de inleiding van het rapport. Toch concludeert Deloitte dat de “maatschappelijke kosten” van de primaire landbouw (18,6 mld) de toegevoegde waarde (13,3 mld) overstijgen. Daarmee wordt gesuggereerd dat het saldo voor de samenleving negatief is. BBB ziet drie grote problemen met die redenering.

1) Het rapport kijkt te smal: Alleen primaire productie, niet de échte keten

Deloitte beperkt de analyse tot primaire productie. Verwerking, logistiek, retail, consumptie en herverwerking vallen buiten het onderzoek. Terwijl juist die schakels banen, innovatie en exportwaarde drijven. De primaire productie bedraagt ongeveer 1,4% van ons BBP, terwijl de gehele keten ongeveer 6,9% van ons BBP bedraagt. Dat vertekent de balans tussen “kosten” en “baten” structureel. BBB begrijpt niet waarom de onderzoekers werken met enkel de toegevoegde waarde van de primaire landbouw (18,6 mld). Je zou moeten werken met de toegevoegde waarde van de gehele keten. Dat komt dan neer op ongeveer 72 miljard euro per jaar.

2) De “schadeposten” zijn geen echte kosten: Het is een model, geen kasboekje

De bedragen die Deloitte “maatschappelijke kosten” noemt, zijn geen echte uitgaven die vandaag uit de schatkist gaan, maar modelberekeningen. Het rapport doet alsof er miljarden “verdwijnen”, terwijl die bedragen niet als werkelijke kosten worden betaald. Tegelijkertijd rekent het rapport aan de schadekant heel zwaar, terwijl het de batenkant juist klein houdt. De waarde van de hele voedselketen, onze exportpositie, innovatiekracht, voedselzekerheid én de rol van boeren in het onderhoud van ons land blijven buiten beeld. En dat laatst genoemde is geen detail: boeren beheren 51% van het Nederlandse landoppervlak. Zij verzorgen het platteland en zijn de ruggengraat van dorpen, werkgelegenheid en regionale economie. Als je alleen de vermeende “schade” zwaar maakt en de echte maatschappelijke waarde nauwelijks meeneemt, dan is de uitkomst vooraf voorspelbaar. En daarmee vertelt het rapport maar de helft van het verhaal.

3) De voorgestelde ‘oplossing’ schuift productie en uitstoot over de grens: Dat helpt het klimaat niet

Deloitte rekent met een scenario waarin de landbouw volledig omschakelt naar 100% biologisch. Maar de onderzoekers geven zelf aan dat dit op middellange termijn niet realistisch is en tot lagere productie en uitvoeringsproblemen leidt. Daarbij waarschuwen ze voor milieulekkage: wanneer Nederland minder produceert, verschuift de productie naar andere landen, waar vaak meer uitstoot per kilo product en lagere opbrengsten per hectare voorkomen. Het klimaat stopt niet bij de grens. Minder productie hier betekent vaak méér schade wereldwijd.

Het rapport erkent bovendien dat Nederland extreem efficiënt produceert op weinig ruimte. Als we die efficiëntie afbouwen, verliezen we voedselzekerheid en maken we ons afhankelijk van landen met minder strenge regels. De echte vraag is daarom niet hoeveel Nederland produceert, maar waar ter wereld voedsel het schoonst geproduceerd kan worden. In veel gevallen is dat hier.

Tot slot geeft Deloitte zelf aan dat internationale afstemming nodig is om weglek te voorkomen. Dat is precies de lijn van BBB: gelijke regels in Europa en eerlijke handelsvoorwaarden daarbuiten, zodat we problemen oplossen in plaats van verplaatsen.

De route die wél werkt

BBB kiest voor een aanpak waarbij we niet de sector afbreken, maar haar verder verduurzamen met innovatie en doelgerichte sturing op uitstoot. Dat betekent: boeren de ruimte geven om te investeren in technieken die emissies verlagen, zoals precisielandbouw, slimmere reductiemethoden, modernere stalsystemen en efficiëntere energie- en waterhuishouding. Daarbij hoort dat we boeren belonen voor wat ze bijdragen aan landschap, biodiversiteit en waterkwaliteit, in plaats van generieke krimp af te dwingen. Dat we de invoering van nieuwe technieken versnellen via investeringsruimte en risicodeling. Dat we de keten beter sluiten door reststromen slimmer te benutten en circulariteit te versterken. En dat we zorgen voor eerlijke concurrentie, met gelijke eisen voor geïmporteerde producten en afspraken in Europa om weglek te voorkomen. Want verduurzaming werkt alleen als iedereen onder dezelfde regels produceert.

Conclusie

Het Deloitte-rapport is interessant als denkoefening, maar het mag geen basis worden voor het afbouwen van de Nederlandse landbouw. Het model kijkt te smal, onderschat de kracht en efficiëntie van onze boeren en overschat hypothetische omschakelscenario’s die in de praktijk grote risico’s geven voor voedselzekerheid, economie en leefbaarheid van het platteland. Bovendien erkent het rapport zelf dat het risico groot is dat we de milieuschade simpelweg verplaatsen naar het buitenland als we hier productie verminderen. BBB kiest daarom voor de route die wereldwijd echt verschil maakt: innovatie, slimme doelsturing en eerlijke handelsvoorwaarden. Zo houden we de voedselproductie dichtbij huis, met lagere uitstoot per kilo product, met sterker landschap en waterkwaliteit, en met boeren die kunnen blijven bestaan. Niet afbreken, maar verbeteren.

Deel dit artikel