BBB woedend over dreigende intrekking natuurvergunningen Brabantse pluimveebedrijven
Gepubliceerd op 17 juli 2026
De BBB-fractie in de Tweede Kamer is woedend over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om de natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven rond de Peel en de Kampina in te trekken. Het gaat nadrukkelijk niet om PAS-melders of bedrijven zonder vergunning, maar om ondernemers met een rechtsgeldige natuurvergunning die jarenlang volgens de regels hebben gewerkt.
BBB-landbouwwoordvoerder Caroline van der Plas noemt het voornemen “een regelrechte aanval op de rechtszekerheid van ondernemers”.
“Deze mensen hebben gedaan wat de overheid van hen vroeg. Ze hebben geïnvesteerd, plannen gemaakt en meegewerkt aan stikstofreductie. Als je dan na maanden van radiostilte te horen krijgt dat je vergunning wordt ingetrokken, dan laat de overheid ondernemers gewoon vallen.”
De betrokken pluimveehouders hadden op verzoek van de provincie plannen ingediend om hun stikstofuitstoot fors te verminderen. Toch kregen zij nu te horen dat de provincie voornemens is hun vergunning in te trekken. Volgens BBB raakt deze zaak veel meer dan alleen vijf bedrijven in Brabant. “Als een rechtsgeldige vergunning niet meer wordt verdedigd door de overheid, is uiteindelijk geen enkele ondernemer in Nederland nog veilig. Vandaag zijn het pluimveehouders, morgen kan het een andere sector zijn. Dat is een doodenge ontwikkeling.”
BBB steunt initiatief BBB-Brabant
De Tweede Kamerfractie van BBB spreekt haar waardering uit voor het initiatief van BBB-Brabant om het provinciebestuur terug te roepen van reces voor een extra Statenvergadering.
“Dit dossier is te ernstig om stilletjes tijdens het reces af te handelen. BBB-Brabant doet precies wat een volksvertegenwoordiging hoort te doen: het bestuur ter verantwoording roepen over een besluit dat enorme gevolgen heeft voor gezinnen, bedrijven en de rechtszekerheid in Brabant.”
Volgens BBB zal een eventuele weigering om een extra vergadering te houden veel zeggen over de prioriteiten van andere partijen in Provinciale Staten. “Als er geen meerderheid komt om het college terug te roepen van reces, weten de Brabanders in ieder geval welke partijen een betrouwbare overheid en rechtszekerheid voor burgers en ondernemers echt belangrijk vinden, en welke partijen wegkijken.”
Miljarden aan beleid, maar geen zekerheid
BBB wijst erop dat ondernemers de afgelopen jaren zijn geconfronteerd met opkoopregelingen, verduurzamingsprogramma’s en versnelde stalaanpassingen. Provincies en het Rijk hielden daarbij steeds voor dat deze maatregelen nodig waren om juridische problemen te voorkomen. “Als zelfs na al die investeringen en inspanningen vergunningen alsnog kunnen worden ingetrokken, dan moeten we ons afvragen waar al dat beleid en al dat geld voor zijn geweest,” aldus Van der Plas.
Kamervragen aan minister LVVN
BBB heeft direct Kamervragen gesteld aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De partij wil onder meer weten:
- welke conclusie ondernemers moeten trekken over de miljarden euro’s aan stikstofmaatregelen, opkoopregelingen en verduurzamingsprogramma’s wanneer de rechtszekerheid van bestaande vergunningen nog steeds niet kan worden gegarandeerd;
- waarom juist deze vijf pluimveebedrijven worden geconfronteerd met intrekking van hun vergunning, terwijl andere activiteiten met stikstofuitstoot, zoals industriële installaties, energiecentrales, luchthavens en het wegverkeer, niet op vergelijkbare wijze worden stilgelegd;
- of hiermee een precedent ontstaat waarbij ook andere legaal opererende bedrijven – binnen én buiten de landbouw – moeten vrezen dat hun vergunning alsnog wordt ingetrokken;
- en welke rol het Rijk ziet bij het actief beschermen van rechtsgeldige vergunningen tegen intrekkingsverzoeken van procederende organisaties.
BBB: overheid moet burgers beschermen
Voor BBB staat één principe centraal: ondernemers die zich aan de regels houden, moeten kunnen vertrouwen op hun overheid. “Een vergunning is geen gunst die je morgen weer kunt afpakken,” zegt Van der Plas. “Een betrouwbare overheid beschermt burgers en ondernemers die volgens de regels handelen. Dat is precies waar BBB voor staat.”
Alle gestelde Schriftelijke Kamervragen:
Kamervragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven in te trekken naar aanleiding van een intrekkingsverzoek van Mobilisation for the Environment (MOB).
- Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de provincie Noord-Brabant voornemens is de natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven rond de Peel en de Kampina in te trekken naar aanleiding van een intrekkingsverzoek van Mobilisation for the Environment (MOB)?
- Klopt het dat deze bedrijven beschikken over rechtsgeldige natuurvergunningen, dat zij jarenlang legaal hebben geopereerd en dat het hier nadrukkelijk niet gaat om PAS-melders of bedrijven zonder vergunning?
- Deelt u de opvatting dat ondernemers, die op basis van door de overheid verleende vergunningen miljoeneninvesteringen hebben gedaan, personeel hebben aangenomen en hun bedrijf hebben voortgezet, erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid niet plotseling halverwege de spelregels verandert en hen alsnog richting sluiting duwt?
- Hoe beoordeelt u het feit dat de betrokken ondernemers op verzoek van de provincie uitgebreide plannen hebben opgesteld om hun stikstofuitstoot fors te verminderen, vervolgens acht maanden niets hebben vernomen en nu ineens geconfronteerd worden met het voornemen om hun vergunning in te trekken?
- Deelt u de mening dat hiermee het signaal wordt afgegeven dat ondernemers die meewerken aan verduurzaming, reductieplannen indienen en constructief met de overheid om tafel gaan, uiteindelijk alsnog het risico lopen hun vergunning en daarmee hun levenswerk kwijt te raken?
- In uw recente stikstofbrief heeft u aangegeven dat met het voorgestelde reductiepakket handhavings- en intrekkingsverzoeken beter kunnen worden afgewezen; hoe verhoudt die uitspraak zich tot het voornemen van de provincie Noord-Brabant om juist nu vergunningen van legaal opererende bedrijven in te trekken? Bent u het met BBB eens dat daarmee de stikstofplannen bewezen nutteloze geldverspilling zijn?
- Welke conclusie moeten ondernemers trekken over de miljarden euro’s aan landelijke en provinciale stikstofmaatregelen, opkoopregelingen, verduurzamingsprogramma’s en versnelde stalaanpassingen wanneer ondanks al die inspanningen de rechtszekerheid van bestaande vergunningen kennelijk nog steeds niet kan worden gegarandeerd? Blijkt hieruit niet overduidelijk dat de stikstofplannen van het Kabinet dus absoluut niets gaan doen voor de vergunningverlening?
- Klopt het dat Noord-Brabant jarenlang heeft gesteld dat ingrijpende stikstofmaatregelen noodzakelijk waren om juridische risico’s en intrekkingsverzoeken te beperken, en hoe verklaart u dat diezelfde provincie nu alsnog overgaat tot het voornemen om bestaande vergunningen in te trekken?
- Deelt u de mening dat ondernemers zich terecht afvragen waarvoor zij enorme investeringen hebben gedaan als zelfs een rechtsgeldige vergunning na jaren van meewerken aan overheidsbeleid alsnog ter discussie kan worden gesteld?
- Deelt u de zorg dat hiermee een gevaarlijk precedent ontstaat waarbij ook andere legaal opererende bedrijven, binnen én buiten de landbouw, moeten vrezen dat hun vergunning op verzoek van een procederende organisatie alsnog wordt ingetrokken?
- Welke gevolgen verwacht u voor het vertrouwen van ondernemers in de overheid wanneer verleende vergunningen niet actief worden verdedigd, maar uiteindelijk worden prijsgegeven zodra een procedure voldoende druk uitoefent?
- Welke concrete rol ziet u voor het Rijk bij het beschermen van rechtsgeldige vergunningen tegen intrekkingsverzoeken wanneer ondernemers aantoonbaar aan alle geldende regels hebben voldaan?
- Deelt u de opvatting dat een overheid die eerst vergunningen verleent, vervolgens investeringen stimuleert en daarna bij juridische druk bereid blijkt diezelfde vergunningen in te trekken, het vertrouwen in de rechtsstaat ernstig ondermijnt?
- Kunt u uitleggen waarom juist deze vijf pluimveebedrijven het risico lopen hun vergunning en daarmee hun bedrijfsvoering te verliezen, terwijl tal van andere activiteiten die eveneens stikstof veroorzaken onverminderd doorgaan, en hoe voorkomt u dat hierdoor het beeld ontstaat dat de overheid met twee maten meet en de rekening onevenredig bij individuele ondernemers neerlegt?
- Welke mogelijkheden heeft u om provincies aan te spreken wanneer zij voornemens zijn rechtsgeldige vergunningen van legaal opererende bedrijven in te trekken terwijl die bedrijven aantoonbaar hebben meegewerkt aan emissiereductie en verduurzaming?
- Bent u bereid direct in overleg te treden met de provincie Noord-Brabant om te voorkomen dat deze vergunningen worden ingetrokken en om de ingediende reductieplannen van de betrokken ondernemers alsnog serieus te laten beoordelen?
- Kunt u uitsluiten dat deze zaak door het kabinet zal worden gebruikt als argument dat ondernemers hun vergunning verliezen zolang nog niet alle landelijke stikstofmaatregelen volledig zijn uitgevoerd, terwijl de kern van deze zaak juist is dat de overheid bestaande vergunningen en rechtszekerheid behoort te verdedigen?
- Deelt u de zorg dat, wanneer vergunningen kunnen worden ingetrokken ondanks een rechtsgeldige natuurvergunning en ondanks lopende reductie- en verbetertrajecten, dit feitelijk betekent dat alle vergunningen in Nederland nooit meer echt zeker zijn?
- Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat, zodra stikstof in individuele gevallen onvoldoende grond blijkt voor een intrekkingsverzoek, andere vermeende milieueffecten vervolgens als nieuwe juridische grondslag worden aangevoerd om opnieuw vergunningen aan te vechten?
- Deelt u de mening dat een vergunningenstelsel onwerkbaar wordt wanneer ondernemers voortdurend moeten vrezen dat een eenmaal verleende vergunning opnieuw ter discussie wordt gesteld op basis van steeds wisselende juridische argumenten?
- Hoe beoordeelt u het risico dat een opeenstapeling van procedures over stikstof, water, gewasbeschermingsmiddelen of andere milieuthema’s ertoe leidt dat ondernemers jarenlang in permanente onzekerheid verkeren, ook wanneer zij aan de op dat moment geldende regelgeving voldoen?
- In hoeverre acht u het wenselijk dat het natuurbeleid sterker wordt gebaseerd op effectief natuurbeheer, in plaats van vrijwel uitsluitend op modelmatige berekeningen van afzonderlijke factoren?
- Wordt bij de beoordeling van natuurherstel en natuurkwaliteit volgens u voldoende gekeken naar factoren zoals beheer, hydrologie, verdroging, onderhoud van natuurgebieden en andere ecologische omstandigheden die van grote invloed zijn op de staat van de natuur?
- Welke mogelijkheden ziet u om te voorkomen dat ondernemers de rekening betalen voor natuurdoelen of juridische normen die in de praktijk moeilijk of niet haalbaar blijken, terwijl zij zelf aantoonbaar hebben geïnvesteerd in emissiereductie, verduurzaming en naleving van alle geldende regels?
Deel dit artikel
BBB woedend over dreigende intrekking natuurvergunningen Brabantse pluimveebedrijven
De BBB-fractie in de Tweede Kamer is woedend over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om de natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven rond de Peel en de Kampina in te trekken. Het gaat nadrukkelijk niet om PAS-melders of bedrijven zonder vergunning, maar om ondernemers met een rechtsgeldige natuurvergunning die jarenlang volgens de regels hebben gewerkt.
BBB-landbouwwoordvoerder Caroline van der Plas noemt het voornemen “een regelrechte aanval op de rechtszekerheid van ondernemers”.
“Deze mensen hebben gedaan wat de overheid van hen vroeg. Ze hebben geïnvesteerd, plannen gemaakt en meegewerkt aan stikstofreductie. Als je dan na maanden van radiostilte te horen krijgt dat je vergunning wordt ingetrokken, dan laat de overheid ondernemers gewoon vallen.”
De betrokken pluimveehouders hadden op verzoek van de provincie plannen ingediend om hun stikstofuitstoot fors te verminderen. Toch kregen zij nu te horen dat de provincie voornemens is hun vergunning in te trekken. Volgens BBB raakt deze zaak veel meer dan alleen vijf bedrijven in Brabant. “Als een rechtsgeldige vergunning niet meer wordt verdedigd door de overheid, is uiteindelijk geen enkele ondernemer in Nederland nog veilig. Vandaag zijn het pluimveehouders, morgen kan het een andere sector zijn. Dat is een doodenge ontwikkeling.”
BBB steunt initiatief BBB-Brabant
De Tweede Kamerfractie van BBB spreekt haar waardering uit voor het initiatief van BBB-Brabant om het provinciebestuur terug te roepen van reces voor een extra Statenvergadering.
“Dit dossier is te ernstig om stilletjes tijdens het reces af te handelen. BBB-Brabant doet precies wat een volksvertegenwoordiging hoort te doen: het bestuur ter verantwoording roepen over een besluit dat enorme gevolgen heeft voor gezinnen, bedrijven en de rechtszekerheid in Brabant.”
Volgens BBB zal een eventuele weigering om een extra vergadering te houden veel zeggen over de prioriteiten van andere partijen in Provinciale Staten. “Als er geen meerderheid komt om het college terug te roepen van reces, weten de Brabanders in ieder geval welke partijen een betrouwbare overheid en rechtszekerheid voor burgers en ondernemers echt belangrijk vinden, en welke partijen wegkijken.”
Miljarden aan beleid, maar geen zekerheid
BBB wijst erop dat ondernemers de afgelopen jaren zijn geconfronteerd met opkoopregelingen, verduurzamingsprogramma’s en versnelde stalaanpassingen. Provincies en het Rijk hielden daarbij steeds voor dat deze maatregelen nodig waren om juridische problemen te voorkomen. “Als zelfs na al die investeringen en inspanningen vergunningen alsnog kunnen worden ingetrokken, dan moeten we ons afvragen waar al dat beleid en al dat geld voor zijn geweest,” aldus Van der Plas.
Kamervragen aan minister LVVN
BBB heeft direct Kamervragen gesteld aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De partij wil onder meer weten:
- welke conclusie ondernemers moeten trekken over de miljarden euro’s aan stikstofmaatregelen, opkoopregelingen en verduurzamingsprogramma’s wanneer de rechtszekerheid van bestaande vergunningen nog steeds niet kan worden gegarandeerd;
- waarom juist deze vijf pluimveebedrijven worden geconfronteerd met intrekking van hun vergunning, terwijl andere activiteiten met stikstofuitstoot, zoals industriële installaties, energiecentrales, luchthavens en het wegverkeer, niet op vergelijkbare wijze worden stilgelegd;
- of hiermee een precedent ontstaat waarbij ook andere legaal opererende bedrijven – binnen én buiten de landbouw – moeten vrezen dat hun vergunning alsnog wordt ingetrokken;
- en welke rol het Rijk ziet bij het actief beschermen van rechtsgeldige vergunningen tegen intrekkingsverzoeken van procederende organisaties.
BBB: overheid moet burgers beschermen
Voor BBB staat één principe centraal: ondernemers die zich aan de regels houden, moeten kunnen vertrouwen op hun overheid. “Een vergunning is geen gunst die je morgen weer kunt afpakken,” zegt Van der Plas. “Een betrouwbare overheid beschermt burgers en ondernemers die volgens de regels handelen. Dat is precies waar BBB voor staat.”
Alle gestelde Schriftelijke Kamervragen:
Kamervragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven in te trekken naar aanleiding van een intrekkingsverzoek van Mobilisation for the Environment (MOB).
- Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de provincie Noord-Brabant voornemens is de natuurvergunningen van vijf legaal opererende pluimveebedrijven rond de Peel en de Kampina in te trekken naar aanleiding van een intrekkingsverzoek van Mobilisation for the Environment (MOB)?
- Klopt het dat deze bedrijven beschikken over rechtsgeldige natuurvergunningen, dat zij jarenlang legaal hebben geopereerd en dat het hier nadrukkelijk niet gaat om PAS-melders of bedrijven zonder vergunning?
- Deelt u de opvatting dat ondernemers, die op basis van door de overheid verleende vergunningen miljoeneninvesteringen hebben gedaan, personeel hebben aangenomen en hun bedrijf hebben voortgezet, erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid niet plotseling halverwege de spelregels verandert en hen alsnog richting sluiting duwt?
- Hoe beoordeelt u het feit dat de betrokken ondernemers op verzoek van de provincie uitgebreide plannen hebben opgesteld om hun stikstofuitstoot fors te verminderen, vervolgens acht maanden niets hebben vernomen en nu ineens geconfronteerd worden met het voornemen om hun vergunning in te trekken?
- Deelt u de mening dat hiermee het signaal wordt afgegeven dat ondernemers die meewerken aan verduurzaming, reductieplannen indienen en constructief met de overheid om tafel gaan, uiteindelijk alsnog het risico lopen hun vergunning en daarmee hun levenswerk kwijt te raken?
- In uw recente stikstofbrief heeft u aangegeven dat met het voorgestelde reductiepakket handhavings- en intrekkingsverzoeken beter kunnen worden afgewezen; hoe verhoudt die uitspraak zich tot het voornemen van de provincie Noord-Brabant om juist nu vergunningen van legaal opererende bedrijven in te trekken? Bent u het met BBB eens dat daarmee de stikstofplannen bewezen nutteloze geldverspilling zijn?
- Welke conclusie moeten ondernemers trekken over de miljarden euro’s aan landelijke en provinciale stikstofmaatregelen, opkoopregelingen, verduurzamingsprogramma’s en versnelde stalaanpassingen wanneer ondanks al die inspanningen de rechtszekerheid van bestaande vergunningen kennelijk nog steeds niet kan worden gegarandeerd? Blijkt hieruit niet overduidelijk dat de stikstofplannen van het Kabinet dus absoluut niets gaan doen voor de vergunningverlening?
- Klopt het dat Noord-Brabant jarenlang heeft gesteld dat ingrijpende stikstofmaatregelen noodzakelijk waren om juridische risico’s en intrekkingsverzoeken te beperken, en hoe verklaart u dat diezelfde provincie nu alsnog overgaat tot het voornemen om bestaande vergunningen in te trekken?
- Deelt u de mening dat ondernemers zich terecht afvragen waarvoor zij enorme investeringen hebben gedaan als zelfs een rechtsgeldige vergunning na jaren van meewerken aan overheidsbeleid alsnog ter discussie kan worden gesteld?
- Deelt u de zorg dat hiermee een gevaarlijk precedent ontstaat waarbij ook andere legaal opererende bedrijven, binnen én buiten de landbouw, moeten vrezen dat hun vergunning op verzoek van een procederende organisatie alsnog wordt ingetrokken?
- Welke gevolgen verwacht u voor het vertrouwen van ondernemers in de overheid wanneer verleende vergunningen niet actief worden verdedigd, maar uiteindelijk worden prijsgegeven zodra een procedure voldoende druk uitoefent?
- Welke concrete rol ziet u voor het Rijk bij het beschermen van rechtsgeldige vergunningen tegen intrekkingsverzoeken wanneer ondernemers aantoonbaar aan alle geldende regels hebben voldaan?
- Deelt u de opvatting dat een overheid die eerst vergunningen verleent, vervolgens investeringen stimuleert en daarna bij juridische druk bereid blijkt diezelfde vergunningen in te trekken, het vertrouwen in de rechtsstaat ernstig ondermijnt?
- Kunt u uitleggen waarom juist deze vijf pluimveebedrijven het risico lopen hun vergunning en daarmee hun bedrijfsvoering te verliezen, terwijl tal van andere activiteiten die eveneens stikstof veroorzaken onverminderd doorgaan, en hoe voorkomt u dat hierdoor het beeld ontstaat dat de overheid met twee maten meet en de rekening onevenredig bij individuele ondernemers neerlegt?
- Welke mogelijkheden heeft u om provincies aan te spreken wanneer zij voornemens zijn rechtsgeldige vergunningen van legaal opererende bedrijven in te trekken terwijl die bedrijven aantoonbaar hebben meegewerkt aan emissiereductie en verduurzaming?
- Bent u bereid direct in overleg te treden met de provincie Noord-Brabant om te voorkomen dat deze vergunningen worden ingetrokken en om de ingediende reductieplannen van de betrokken ondernemers alsnog serieus te laten beoordelen?
- Kunt u uitsluiten dat deze zaak door het kabinet zal worden gebruikt als argument dat ondernemers hun vergunning verliezen zolang nog niet alle landelijke stikstofmaatregelen volledig zijn uitgevoerd, terwijl de kern van deze zaak juist is dat de overheid bestaande vergunningen en rechtszekerheid behoort te verdedigen?
- Deelt u de zorg dat, wanneer vergunningen kunnen worden ingetrokken ondanks een rechtsgeldige natuurvergunning en ondanks lopende reductie- en verbetertrajecten, dit feitelijk betekent dat alle vergunningen in Nederland nooit meer echt zeker zijn?
- Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat, zodra stikstof in individuele gevallen onvoldoende grond blijkt voor een intrekkingsverzoek, andere vermeende milieueffecten vervolgens als nieuwe juridische grondslag worden aangevoerd om opnieuw vergunningen aan te vechten?
- Deelt u de mening dat een vergunningenstelsel onwerkbaar wordt wanneer ondernemers voortdurend moeten vrezen dat een eenmaal verleende vergunning opnieuw ter discussie wordt gesteld op basis van steeds wisselende juridische argumenten?
- Hoe beoordeelt u het risico dat een opeenstapeling van procedures over stikstof, water, gewasbeschermingsmiddelen of andere milieuthema’s ertoe leidt dat ondernemers jarenlang in permanente onzekerheid verkeren, ook wanneer zij aan de op dat moment geldende regelgeving voldoen?
- In hoeverre acht u het wenselijk dat het natuurbeleid sterker wordt gebaseerd op effectief natuurbeheer, in plaats van vrijwel uitsluitend op modelmatige berekeningen van afzonderlijke factoren?
- Wordt bij de beoordeling van natuurherstel en natuurkwaliteit volgens u voldoende gekeken naar factoren zoals beheer, hydrologie, verdroging, onderhoud van natuurgebieden en andere ecologische omstandigheden die van grote invloed zijn op de staat van de natuur?
- Welke mogelijkheden ziet u om te voorkomen dat ondernemers de rekening betalen voor natuurdoelen of juridische normen die in de praktijk moeilijk of niet haalbaar blijken, terwijl zij zelf aantoonbaar hebben geïnvesteerd in emissiereductie, verduurzaming en naleving van alle geldende regels?