BBB pleit voor verlenging mest uitrijden vanwege droogte

Gepubliceerd op 6 augustus 2026

BBB heeft spoedvragen ingediend bij de minister van LVVN over het verlengen van het mestuitrij-seizoen. Door de aanhoudende warmte en droogte kunnen boeren en akkerbouwers hun bodems nauwelijks voorzien van mest. Dit heeft grote gevolgen voor de opname van essentiële voedingsstoffen voor de bodem en daarmee voor de oogst van gewassen en gras.

In 2024 werd het mestuitrij-seizoen door de toenmalige minister van LVVN, Femke Wiersma, verlengd vanwege de weersomstandigheden in die zomer. BBB wil dat minister van Essen zich inspant om ook dit jaar een verlenging toe te staan. Daarvoor is met spoed een advies nodig van de Commissie Deskundigen Meststoffen (CDM).

Zowel uit landbouwkundig als uit milieukundig oogpunt is het onwenselijk wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu.

“Wij vinden  dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest”, zegt landbouwwoordvoerder Caroline van der Plas, die de vragen indiende.

Lees hieronder onze vragen aan de minister

Kamervragen aan de minister van LVVN van Lid van der Plas (BBB) over verlenging mestuitrij-seizoen

  1. Is de minister op de hoogte van gevolgen van de droogte en warmte voor het uitrijden van mest?
  2. Is de minister ervan op de hoogte dat een droge bodem de opname remt van meststoffen doordat mineralisatie en nutriëntentransport stagneren.
  3. Is de minister ervan op de hoogte dat planten voedingsstoffen niet kunnen oplossen of opnemen via de wortels en het uitrijden van drijfmest op harde, droge grond zorgt voor extra scheurvorming, gasverlies (ammoniakemissie) en verzouting rond de wortels?
  4. Is de minister ervan op de hoogte dat meststoffen essentieel zijn voor de groei van gras en gewassen?
  5. Acht de minister voedselproductie en voedselzekerheid van het grootste belang voor de weerbaarheid en stabiliteit in Nederland? Zo nee, waarom niet?
  6. Is de minister ervan op de hoogte dat bij een gebrek aan mineralen en nutriënten oogsten minder opbrengen en de voedselproductie kan stagneren dan wel oogsten kunnen mislukken?
  7. Vindt de minister dit wenselijk? Zo ja, waarom?
  8. Deelt de minister de opvatting dat het vanuit zowel landbouwkundig als milieukundig oogpunt onwenselijk is wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu? Zo nee, waarom niet?
  9. Deelt de minister de opvatting dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest? Zo nee, waarom niet?
  10. Is de minister ervan op de hoogte dat in 2024, door de toenmalige minister van LVVN, Femke Wiersma, het mestuitrij-seizoen ook is verlengd vanwege weersomstandigheden in die zomer?
  11. Is de minister bereid om zich in te spannen om het mestuitrij-seizoen dat tot 31 augustus duurt, te verlengen en daarvoor de Commissie Deskundigen Meststoffen per omgaande (met de grootste spoed) een advies te vragen? Zo nee, waarom niet?
  12. Kan de minister deze vragen, gezien de tijdsdruk per omgaande beantwoorden, doch uiterlijk vrijdag 7 augustus?

Deel dit artikel

ANP-561431885-mest-LR

BBB pleit voor verlenging mest uitrijden vanwege droogte

ANP-561431885-mest-LR

BBB heeft spoedvragen ingediend bij de minister van LVVN over het verlengen van het mestuitrij-seizoen. Door de aanhoudende warmte en droogte kunnen boeren en akkerbouwers hun bodems nauwelijks voorzien van mest. Dit heeft grote gevolgen voor de opname van essentiële voedingsstoffen voor de bodem en daarmee voor de oogst van gewassen en gras.

In 2024 werd het mestuitrij-seizoen door de toenmalige minister van LVVN, Femke Wiersma, verlengd vanwege de weersomstandigheden in die zomer. BBB wil dat minister van Essen zich inspant om ook dit jaar een verlenging toe te staan. Daarvoor is met spoed een advies nodig van de Commissie Deskundigen Meststoffen (CDM).

Zowel uit landbouwkundig als uit milieukundig oogpunt is het onwenselijk wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu.

“Wij vinden  dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest”, zegt landbouwwoordvoerder Caroline van der Plas, die de vragen indiende.

Lees hieronder onze vragen aan de minister

Kamervragen aan de minister van LVVN van Lid van der Plas (BBB) over verlenging mestuitrij-seizoen

  1. Is de minister op de hoogte van gevolgen van de droogte en warmte voor het uitrijden van mest?
  2. Is de minister ervan op de hoogte dat een droge bodem de opname remt van meststoffen doordat mineralisatie en nutriëntentransport stagneren.
  3. Is de minister ervan op de hoogte dat planten voedingsstoffen niet kunnen oplossen of opnemen via de wortels en het uitrijden van drijfmest op harde, droge grond zorgt voor extra scheurvorming, gasverlies (ammoniakemissie) en verzouting rond de wortels?
  4. Is de minister ervan op de hoogte dat meststoffen essentieel zijn voor de groei van gras en gewassen?
  5. Acht de minister voedselproductie en voedselzekerheid van het grootste belang voor de weerbaarheid en stabiliteit in Nederland? Zo nee, waarom niet?
  6. Is de minister ervan op de hoogte dat bij een gebrek aan mineralen en nutriënten oogsten minder opbrengen en de voedselproductie kan stagneren dan wel oogsten kunnen mislukken?
  7. Vindt de minister dit wenselijk? Zo ja, waarom?
  8. Deelt de minister de opvatting dat het vanuit zowel landbouwkundig als milieukundig oogpunt onwenselijk is wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu? Zo nee, waarom niet?
  9. Deelt de minister de opvatting dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest? Zo nee, waarom niet?
  10. Is de minister ervan op de hoogte dat in 2024, door de toenmalige minister van LVVN, Femke Wiersma, het mestuitrij-seizoen ook is verlengd vanwege weersomstandigheden in die zomer?
  11. Is de minister bereid om zich in te spannen om het mestuitrij-seizoen dat tot 31 augustus duurt, te verlengen en daarvoor de Commissie Deskundigen Meststoffen per omgaande (met de grootste spoed) een advies te vragen? Zo nee, waarom niet?
  12. Kan de minister deze vragen, gezien de tijdsdruk per omgaande beantwoorden, doch uiterlijk vrijdag 7 augustus?

Deel dit artikel