BBB Drenthe pleit voor natuurbeleid op basis van feiten uit het veld
Gepubliceerd op 8 april 2026
BBB Drenthe vindt dat natuurbeleid moet uitgaan van wat er daadwerkelijk buiten gebeurt. Daarom heeft de fractie in Provinciale Staten op 8 april 2026 aandacht gevraagd voor natuurmonitoring: het volgen van de ontwikkeling van natuurgebieden, planten, dieren en leefgebieden. Tijdens een recente informatiesessie bleek dat er al veel gegevens beschikbaar zijn via onder andere Aerius, de Nationale Databank Flora en Fauna, Sovon en veldwaarnemingen. Deze informatie is waardevol voor het beoordelen van de staat van de natuur.
Tegelijkertijd is volgens BBB Drenthe niet altijd duidelijk wat precies wordt gemeten, hoe metingen worden uitgevoerd en wat de resultaten betekenen. Dat kan leiden tot discussie en onzekerheid over de kwaliteit van het natuurbeleid.
Kijken naar de praktijk
BBB Drenthe vindt dat natuurmonitoring transparanter, praktischer en begrijpelijker moet worden. De fractie pleit ervoor om niet alleen te vertrouwen op modellen, maar vooral te kijken naar de situatie in het veld. Door te meten wat werkt, waar nodig bij te sturen en te leren van ervaringen kan natuurbeleid beter worden onderbouwd en effectiever worden uitgevoerd.
Focus op behoud en beheer
Voor BBB Drenthe staat niet de uitbreiding van natuur centraal, maar het behoud en goed beheer ervan. “Een gezonde natuur vraagt om duidelijke doelen, goed beheer en betrouwbare informatie over de daadwerkelijke staat van instandhouding”, aldus Statenlid Wenda Bolhuis – Van Unen. “Monitoring moet daarbij een hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen en beleid te verbeteren, niet een extra controlemiddel”.
De fractie ziet ook kansen om te leren van werkwijzen in andere sectoren. Zo laat de KPI- aanpak in de landbouw zien dat samenwerking, duidelijke doelen en meetbare resultaten kunnen bijdragen aan verbetering. “Een vergelijkbare aanpak binnen het natuurbeheer kan ook waardevol zijn”, meent Bolhuis – Van Unen.
Vragen aan GS
Om het onderwerp verder onder de aandacht te brengen heeft BBB Drenthe tijdens de inbreng op 8 april vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten en aan andere fracties. Daarbij vroeg de fractie aandacht voor transparantie, innovatie, natuurbeheer, de natuurlijke ontwikkeling van habitats en de mogelijkheden voor een pilot met natuurmonitoring in Drenthe.
Met deze agendering wil BBB Drenthe het gesprek openen over een natuurbeleid dat uitgaat van feiten, samenwerking en zichtbare resultaten. Volgens de fractie vormt dat een belangrijke basis voor een sterke natuur, een toekomstbestendige landbouw en een vitaal Drents platteland.
Deel dit artikel
BBB Drenthe pleit voor natuurbeleid op basis van feiten uit het veld
BBB Drenthe vindt dat natuurbeleid moet uitgaan van wat er daadwerkelijk buiten gebeurt. Daarom heeft de fractie in Provinciale Staten op 8 april 2026 aandacht gevraagd voor natuurmonitoring: het volgen van de ontwikkeling van natuurgebieden, planten, dieren en leefgebieden. Tijdens een recente informatiesessie bleek dat er al veel gegevens beschikbaar zijn via onder andere Aerius, de Nationale Databank Flora en Fauna, Sovon en veldwaarnemingen. Deze informatie is waardevol voor het beoordelen van de staat van de natuur.
Tegelijkertijd is volgens BBB Drenthe niet altijd duidelijk wat precies wordt gemeten, hoe metingen worden uitgevoerd en wat de resultaten betekenen. Dat kan leiden tot discussie en onzekerheid over de kwaliteit van het natuurbeleid.
Kijken naar de praktijk
BBB Drenthe vindt dat natuurmonitoring transparanter, praktischer en begrijpelijker moet worden. De fractie pleit ervoor om niet alleen te vertrouwen op modellen, maar vooral te kijken naar de situatie in het veld. Door te meten wat werkt, waar nodig bij te sturen en te leren van ervaringen kan natuurbeleid beter worden onderbouwd en effectiever worden uitgevoerd.
Focus op behoud en beheer
Voor BBB Drenthe staat niet de uitbreiding van natuur centraal, maar het behoud en goed beheer ervan. “Een gezonde natuur vraagt om duidelijke doelen, goed beheer en betrouwbare informatie over de daadwerkelijke staat van instandhouding”, aldus Statenlid Wenda Bolhuis – Van Unen. “Monitoring moet daarbij een hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen en beleid te verbeteren, niet een extra controlemiddel”.
De fractie ziet ook kansen om te leren van werkwijzen in andere sectoren. Zo laat de KPI- aanpak in de landbouw zien dat samenwerking, duidelijke doelen en meetbare resultaten kunnen bijdragen aan verbetering. “Een vergelijkbare aanpak binnen het natuurbeheer kan ook waardevol zijn”, meent Bolhuis – Van Unen.
Vragen aan GS
Om het onderwerp verder onder de aandacht te brengen heeft BBB Drenthe tijdens de inbreng op 8 april vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten en aan andere fracties. Daarbij vroeg de fractie aandacht voor transparantie, innovatie, natuurbeheer, de natuurlijke ontwikkeling van habitats en de mogelijkheden voor een pilot met natuurmonitoring in Drenthe.
Met deze agendering wil BBB Drenthe het gesprek openen over een natuurbeleid dat uitgaat van feiten, samenwerking en zichtbare resultaten. Volgens de fractie vormt dat een belangrijke basis voor een sterke natuur, een toekomstbestendige landbouw en een vitaal Drents platteland.