BBB Drenthe stelt opnieuw vragen over regeldruk bij evenementen
Gepubliceerd op 13 oktober 2026
BBB Drenthe heeft opnieuw schriftelijke vragen gesteld aan het Drentse college over de toenemende regeldruk voor organisatoren van evenementen. Aanleiding van de vragen zijn signalen vanuit de organisatoren, de uitkomsten van een enquête door de fractie en een werkbezoek aan het Kenniscentrum Events Drenthe. Daaruit komen knelpunten naar voren rondom vergunningen, regelgeving en aanvullende onderzoeken.
BBB Drenthe wil weten hoe verschillende overheden kunnen samenwerken om onnodige regeldruk te verminderen en organisatoren meer duidelijkheid te bieden. Volgens de fractie zijn evenementen van grote waarde voor de leefbaarheid van Drentse dorpen en steden. Evenementen brengen inwoners samen en dragen bij aan sport, cultuur en de lokale economie. De fractie vraagt daarom het college om de belangrijkste knelpunten samen met het Kenniscentrum Events Drenthe in kaart te brengen.
Hieronder vind je de ingediende schriftelijke vragen:
Aanleiding voor deze vragen zijn signalen vanuit organisatoren van evenementen, de uitkomsten van een enquête van de BBB-fractie en het recente werkbezoek van de BBB-fractie aan het Kenniscentrum Events Drenthe. Tijdens dit werkbezoek zijn verschillende knelpunten rondom de organisatie van evenementen besproken en bevestigd.
De BBB-fractie constateert dat de problematiek niet uitsluitend bij de provincie ligt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de evenementenvergunning en hanteren daarbij verschillende kaders en voorwaarden. Tegelijkertijd kunnen bij evenementen in of nabij natuurgebieden provinciale en landelijke natuurwetgeving een belangrijke rol spelen.
Juist in een provincie als Drenthe, met een groot aantal natuurgebieden en Natura 2000-gebieden, kan de combinatie van verschillende overheden, regelgeving en onderzoeken voor organisatoren tot aanzienlijke lasten en onzekerheid leiden. De BBB-fractie vindt het van belang dat inwoners, vrijwilligers en organisaties ruimte houden om evenementen te organiseren die bijdragen aan ontmoeting, sport, cultuur, economie en de leefbaarheid van dorpen en steden. Daarom stellen wij de volgende vragen:
- Herkent het college de signalen van het Kenniscentrum Events Drenthe en organisatoren dat de stapeling van regels, vergunningen, onderzoeken en voorwaarden een toenemende belemmering vormt voor het organiseren van evenementen?
- Kan het college aangeven welke belangrijkste knelpunten het Kenniscentrum Events Drenthe momenteel signaleert bij organisatoren van evenementen?
- Kan het college daarbij onderscheid maken tussen knelpunten die: binnen de bevoegdheid van gemeenten liggen; binnen de bevoegdheid van de provincie liggen; voortkomen uit landelijke wet- en regelgeving; en knelpunten waarbij meerdere bestuurslagen gezamenlijk verantwoordelijk zijn?
- Herkent het college dat verschillen tussen gemeenten in de voorwaarden en omvangscriteria die aan evenementen worden gesteld, voor organisatoren tot extra onzekerheid en regeldruk kunnen leiden?
- Is het college bereid om hierover, zonder in de gemeentelijke bevoegdheid te treden, met de Drentse gemeenten in gesprek te gaan en te kijken waar onnodige verschillen of stapeling van eisen kunnen worden verminderd?
- Welke rol ziet het college voor het Kenniscentrum Events Drenthe bij het vroegtijdig in beeld brengen van de verschillende eisen en bevoegde instanties waarmee een organisator te maken krijgt?
- Kan het college aangeven hoeveel aanvragen of verzoeken om informatie bij de provincie de afgelopen drie jaar betrekking hadden op evenementen in of nabij natuurgebieden en hoeveel daarvan hebben geleid tot aanvullende onderzoeken, vergunningprocedures of andere voorwaarden?
- Kan het college aangeven welke provinciale regelgeving en welke landelijke wet- en regelgeving in de praktijk het vaakst tot knelpunten leiden bij evenementen in of nabij natuurgebieden?
- Is het college van mening dat de huidige landelijke regelgeving en vergunning praktijk voldoende onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld kleinschalige vrijwilligersinitiatieven, terugkerende evenementen en grootschalige commerciële evenementen?
- Indien het college van mening is dat landelijke regelgeving of de uitvoering daarvan tot knelpunten leidt: is het college bereid deze knelpunten, voorzien van concrete Drentse voorbeelden, via het IPO en/of rechtstreeks richting het Rijk onder de aandacht te brengen?
- Is het college bereid om samen met het Kenniscentrum Events Drenthe de belangrijkste knelpunten uit de praktijk te bundelen in een overzicht, waarbij per knelpunt wordt aangegeven welke bestuurslaag aan zet is en welke oplossing mogelijk is?
- Kan het college dit overzicht met Provinciale Staten delen en daarbij aangeven welke knelpunten de provincie zelf kan aanpakken en voor welke knelpunten inzet richting gemeenten, IPO of Rijk noodzakelijk is?
- Is het college bereid Provinciale Staten hierover vóór het einde van 2026 te informeren?
Deel dit artikel
BBB Drenthe stelt opnieuw vragen over regeldruk bij evenementen
BBB Drenthe heeft opnieuw schriftelijke vragen gesteld aan het Drentse college over de toenemende regeldruk voor organisatoren van evenementen. Aanleiding van de vragen zijn signalen vanuit de organisatoren, de uitkomsten van een enquête door de fractie en een werkbezoek aan het Kenniscentrum Events Drenthe. Daaruit komen knelpunten naar voren rondom vergunningen, regelgeving en aanvullende onderzoeken.
BBB Drenthe wil weten hoe verschillende overheden kunnen samenwerken om onnodige regeldruk te verminderen en organisatoren meer duidelijkheid te bieden. Volgens de fractie zijn evenementen van grote waarde voor de leefbaarheid van Drentse dorpen en steden. Evenementen brengen inwoners samen en dragen bij aan sport, cultuur en de lokale economie. De fractie vraagt daarom het college om de belangrijkste knelpunten samen met het Kenniscentrum Events Drenthe in kaart te brengen.
Hieronder vind je de ingediende schriftelijke vragen:
Aanleiding voor deze vragen zijn signalen vanuit organisatoren van evenementen, de uitkomsten van een enquête van de BBB-fractie en het recente werkbezoek van de BBB-fractie aan het Kenniscentrum Events Drenthe. Tijdens dit werkbezoek zijn verschillende knelpunten rondom de organisatie van evenementen besproken en bevestigd.
De BBB-fractie constateert dat de problematiek niet uitsluitend bij de provincie ligt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de evenementenvergunning en hanteren daarbij verschillende kaders en voorwaarden. Tegelijkertijd kunnen bij evenementen in of nabij natuurgebieden provinciale en landelijke natuurwetgeving een belangrijke rol spelen.
Juist in een provincie als Drenthe, met een groot aantal natuurgebieden en Natura 2000-gebieden, kan de combinatie van verschillende overheden, regelgeving en onderzoeken voor organisatoren tot aanzienlijke lasten en onzekerheid leiden. De BBB-fractie vindt het van belang dat inwoners, vrijwilligers en organisaties ruimte houden om evenementen te organiseren die bijdragen aan ontmoeting, sport, cultuur, economie en de leefbaarheid van dorpen en steden. Daarom stellen wij de volgende vragen:
- Herkent het college de signalen van het Kenniscentrum Events Drenthe en organisatoren dat de stapeling van regels, vergunningen, onderzoeken en voorwaarden een toenemende belemmering vormt voor het organiseren van evenementen?
- Kan het college aangeven welke belangrijkste knelpunten het Kenniscentrum Events Drenthe momenteel signaleert bij organisatoren van evenementen?
- Kan het college daarbij onderscheid maken tussen knelpunten die: binnen de bevoegdheid van gemeenten liggen; binnen de bevoegdheid van de provincie liggen; voortkomen uit landelijke wet- en regelgeving; en knelpunten waarbij meerdere bestuurslagen gezamenlijk verantwoordelijk zijn?
- Herkent het college dat verschillen tussen gemeenten in de voorwaarden en omvangscriteria die aan evenementen worden gesteld, voor organisatoren tot extra onzekerheid en regeldruk kunnen leiden?
- Is het college bereid om hierover, zonder in de gemeentelijke bevoegdheid te treden, met de Drentse gemeenten in gesprek te gaan en te kijken waar onnodige verschillen of stapeling van eisen kunnen worden verminderd?
- Welke rol ziet het college voor het Kenniscentrum Events Drenthe bij het vroegtijdig in beeld brengen van de verschillende eisen en bevoegde instanties waarmee een organisator te maken krijgt?
- Kan het college aangeven hoeveel aanvragen of verzoeken om informatie bij de provincie de afgelopen drie jaar betrekking hadden op evenementen in of nabij natuurgebieden en hoeveel daarvan hebben geleid tot aanvullende onderzoeken, vergunningprocedures of andere voorwaarden?
- Kan het college aangeven welke provinciale regelgeving en welke landelijke wet- en regelgeving in de praktijk het vaakst tot knelpunten leiden bij evenementen in of nabij natuurgebieden?
- Is het college van mening dat de huidige landelijke regelgeving en vergunning praktijk voldoende onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld kleinschalige vrijwilligersinitiatieven, terugkerende evenementen en grootschalige commerciële evenementen?
- Indien het college van mening is dat landelijke regelgeving of de uitvoering daarvan tot knelpunten leidt: is het college bereid deze knelpunten, voorzien van concrete Drentse voorbeelden, via het IPO en/of rechtstreeks richting het Rijk onder de aandacht te brengen?
- Is het college bereid om samen met het Kenniscentrum Events Drenthe de belangrijkste knelpunten uit de praktijk te bundelen in een overzicht, waarbij per knelpunt wordt aangegeven welke bestuurslaag aan zet is en welke oplossing mogelijk is?
- Kan het college dit overzicht met Provinciale Staten delen en daarbij aangeven welke knelpunten de provincie zelf kan aanpakken en voor welke knelpunten inzet richting gemeenten, IPO of Rijk noodzakelijk is?
- Is het college bereid Provinciale Staten hierover vóór het einde van 2026 te informeren?