Begrotingsdiscipline moet uit te leggen zijn aan de keukentafel thuis
Gepubliceerd op 17 maart 2026
Begrotingsdiscipline is niet weg, maar wordt selectief toegepast. Terwijl politieke kaders aan de Haagse tekentafel streng lijken, blijken ze bij Europese en internationale verplichtingen opvallend rekbaar. Dat ondermijnt vertrouwen, niet alleen in de politiek, maar ook bij burgers en bedrijven.
Nederland kent een lange traditie van degelijk begrotingsbeleid. Uitgavenplafonds, heldere kaders en parlementaire controle zorgden ervoor dat politiek altijd keuzes moest maken. Dat was geen boekhoudkundige fetisj, maar een democratisch principe. Wie belasting heft, moet uitleggen waaraan het geld wordt besteed.
Juist daarom schuurt het huidige debat zo. Niet omdat discipline ineens onbelangrijk zou zijn. Integendeel. Maar die wordt steeds selectiever toegepast. Aan de keukentafel groeit het gevoel dat discipline vooral geldt waar het pijn doet, en verdampt waar het ongelegen komt. Met die selectieve strengheid kan BBB niets.
Neem de Rijksbegroting. Jaar in, jaar uit is het een moeizaam proces om enkele tientallen miljoenen te verschuiven voor regionale wegen, verkeersveiligheid of bereikbaarheid. Projecten worden opgeknipt, versoberd of eindeloos vooruitgeschoven, zoals de N35 en N50. De boodschap is telkens dezelfde: het kader is hard, er is geen ruimte, er is geen geld.
Tegelijkertijd zien we een andere werkelijkheid. Europese leningen, garanties en gezamenlijke verplichtingen worden vaak in achterkamertjes afgesproken en pas later verwerkt in nationale begrotingen. Herhaaldelijke steunpakketten ter waarde van vele miljarden euro’s worden ongedekt in de begroting gefietst. Zodra de politieke druk groot genoeg is, blijken regels van elastiek.
Die spanning is geen gevoel, maar een systeemfout. Begrotingsregels ontlenen hun gezag niet aan papier, maar aan consistentie. Als discipline wordt afgedwongen bij sociale zekerheid, zorg en infrastructuur, maar wordt omzeild bij Europese constructies of uitzonderingen, verliest zij haar morele en politieke kracht. Dan is het begrijpelijk dat het parlement zegt: dit kader bindt ons niet automatisch.
Met reden sprak een brede Kamermeerderheid recent uit zich niet automatisch gebonden te achten aan het financiële kader van een minderheidskabinet. Hoogleraar monetaire economie Lex Hoogduin waarschuwt voor het ondermijnen van discipline. Inhoudelijk heeft hij gelijk: zonder kaders wordt politiek vrijblijvend en lopen schuld en lasten op. Politiek gaat immers over het maken van keuzes bij schaarse middelen. Maar wie eerlijk is, moet ook erkennen dat die discipline al jaren wordt uitgehold door uitzonderingen die structureel zijn geworden. Dat niet door de Kamer, maar door kabinetten die lastige keuzes uitbesteden aan fondsen en Europa. Het parlement heeft volgens de wet het volledige budgetrecht en in de praktijk probeert het kabinet dit te beperken tot 1-2% van de begroting.
Dit is geen pleidooi voor zorgeloos uitgeven. Integendeel. Wie staat voor houdbare overheidsfinanciën, moet eisen dat álle uitgaven onder democratische controle vallen. Minder schaduwbegrotingen, minder boekhoudkundige omwegen, meer transparantie. En dezelfde meetlat voor Europese miljarden als voor binnenlandse miljoenen.
BBB kijkt niet weg van discipline, maar wil haar terugbrengen naar de kern. Geen strenge regels die burgers, boeren, bedrijven en regio’s uitknijpen terwijl elders de geldkraan openstaat. Geen tekentafelbeleid dat macro-economisch netjes oogt, maar aan de keukentafel niet te begrijpen is. Geen 3,5 miljard euro aan steun voor Oekraïne in een achterkamer er doorjagen, waar 3,5 miljard euro om een start te maken voor de Lelylijn niet mogelijk is.
Als Nederland waarde hecht aan degelijke financiën, begint dat met eerlijkheid: over wat we uitgeven, waar we dat doen, waar het geld landt en wie betaalt. Zonder die eerlijkheid wordt begrotingsdiscipline geen fundament, maar een hol woord. Het moet kloppen aan de Haagse tekentafel én uit te leggen zijn aan de keukentafel thuis. Zonder die verbinding ontbreekt het vertrouwen dat nodig is om verantwoord te begroten.
Deel dit artikel
Begrotingsdiscipline moet uit te leggen zijn aan de keukentafel thuis
Begrotingsdiscipline is niet weg, maar wordt selectief toegepast. Terwijl politieke kaders aan de Haagse tekentafel streng lijken, blijken ze bij Europese en internationale verplichtingen opvallend rekbaar. Dat ondermijnt vertrouwen, niet alleen in de politiek, maar ook bij burgers en bedrijven.
Nederland kent een lange traditie van degelijk begrotingsbeleid. Uitgavenplafonds, heldere kaders en parlementaire controle zorgden ervoor dat politiek altijd keuzes moest maken. Dat was geen boekhoudkundige fetisj, maar een democratisch principe. Wie belasting heft, moet uitleggen waaraan het geld wordt besteed.
Juist daarom schuurt het huidige debat zo. Niet omdat discipline ineens onbelangrijk zou zijn. Integendeel. Maar die wordt steeds selectiever toegepast. Aan de keukentafel groeit het gevoel dat discipline vooral geldt waar het pijn doet, en verdampt waar het ongelegen komt. Met die selectieve strengheid kan BBB niets.
Neem de Rijksbegroting. Jaar in, jaar uit is het een moeizaam proces om enkele tientallen miljoenen te verschuiven voor regionale wegen, verkeersveiligheid of bereikbaarheid. Projecten worden opgeknipt, versoberd of eindeloos vooruitgeschoven, zoals de N35 en N50. De boodschap is telkens dezelfde: het kader is hard, er is geen ruimte, er is geen geld.
Tegelijkertijd zien we een andere werkelijkheid. Europese leningen, garanties en gezamenlijke verplichtingen worden vaak in achterkamertjes afgesproken en pas later verwerkt in nationale begrotingen. Herhaaldelijke steunpakketten ter waarde van vele miljarden euro’s worden ongedekt in de begroting gefietst. Zodra de politieke druk groot genoeg is, blijken regels van elastiek.
Die spanning is geen gevoel, maar een systeemfout. Begrotingsregels ontlenen hun gezag niet aan papier, maar aan consistentie. Als discipline wordt afgedwongen bij sociale zekerheid, zorg en infrastructuur, maar wordt omzeild bij Europese constructies of uitzonderingen, verliest zij haar morele en politieke kracht. Dan is het begrijpelijk dat het parlement zegt: dit kader bindt ons niet automatisch.
Met reden sprak een brede Kamermeerderheid recent uit zich niet automatisch gebonden te achten aan het financiële kader van een minderheidskabinet. Hoogleraar monetaire economie Lex Hoogduin waarschuwt voor het ondermijnen van discipline. Inhoudelijk heeft hij gelijk: zonder kaders wordt politiek vrijblijvend en lopen schuld en lasten op. Politiek gaat immers over het maken van keuzes bij schaarse middelen. Maar wie eerlijk is, moet ook erkennen dat die discipline al jaren wordt uitgehold door uitzonderingen die structureel zijn geworden. Dat niet door de Kamer, maar door kabinetten die lastige keuzes uitbesteden aan fondsen en Europa. Het parlement heeft volgens de wet het volledige budgetrecht en in de praktijk probeert het kabinet dit te beperken tot 1-2% van de begroting.
Dit is geen pleidooi voor zorgeloos uitgeven. Integendeel. Wie staat voor houdbare overheidsfinanciën, moet eisen dat álle uitgaven onder democratische controle vallen. Minder schaduwbegrotingen, minder boekhoudkundige omwegen, meer transparantie. En dezelfde meetlat voor Europese miljarden als voor binnenlandse miljoenen.
BBB kijkt niet weg van discipline, maar wil haar terugbrengen naar de kern. Geen strenge regels die burgers, boeren, bedrijven en regio’s uitknijpen terwijl elders de geldkraan openstaat. Geen tekentafelbeleid dat macro-economisch netjes oogt, maar aan de keukentafel niet te begrijpen is. Geen 3,5 miljard euro aan steun voor Oekraïne in een achterkamer er doorjagen, waar 3,5 miljard euro om een start te maken voor de Lelylijn niet mogelijk is.
Als Nederland waarde hecht aan degelijke financiën, begint dat met eerlijkheid: over wat we uitgeven, waar we dat doen, waar het geld landt en wie betaalt. Zonder die eerlijkheid wordt begrotingsdiscipline geen fundament, maar een hol woord. Het moet kloppen aan de Haagse tekentafel én uit te leggen zijn aan de keukentafel thuis. Zonder die verbinding ontbreekt het vertrouwen dat nodig is om verantwoord te begroten.