Zeeuws-Vlaamse brandweerzorg in gevaar

Gepubliceerd op 23 juli 2026

Tientallen Zeeuws-Vlaamse brandweerlieden zijn de dupe van het niet verlengen van een uitzonderingsovereenkomst tussen Nederland en België. Voor hen dreigt ontslag, geen salaris of aangemerkt worden als fraudeur. De lokale brandweerzorg komt hiermee in direct gevaar. BBB heeft hierover Kamervragen gesteld aan minister van J&V, David van Weel en de minister van SZW (sociale zaken), Hans Vijlbrief.

Vrijwilligers die in Nederland bij de Brandweer Zeeland actief zijn, maar hun dagelijkse hoofdbaan in België hebben, vallen door het niet verlengen van de uitzonderingsovereenkomst plotseling onder het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel in plaats van het Belgische. Door het niet verlengen treedt de Europese hoofdregel direct in werking. Alleen voor een enkele brandweervrijwilliger met een bestaande uitzondering, blijft de uitzondering van kracht zolang Nederland en België met elkaar onderhandelen. Voor een dertigtal brandweermensen in Zeeuws-Vlaanderen geldt dit echter niet.

De gevolgen voor de veiligheid in Zeeuws-Vlaanderen kunnen groot zijn, melden ook diverse Zeeuwse media. Veel grensposten leunen immers zwaar op deze specifieke vrijwilligers. Bij de post Westdorpe werkt bijvoorbeeld een kwart van het korps over de grens.

“Dit moet snel worden opgelost”, zegt Kamerlid Caroline van der Plas. “Het is essentieel dat Zeeuws-Vlaanderen genoeg vrijwillige brandweerlieden heeft. Laatst konden de posten Westdorpe en Koewacht al eens niet uitrukken voor een grote stalbrand in Clinge bij gebrek aan inzetbaar personeel. Dat is al vreselijk en wat als er straks een brand of een ander incident is waar, door gebrek aan brandweermensen, dodelijke slachtoffers vallen? Dat mag nooit gebeuren”, aldus Van der Plas.

Nijpend

Meerdere brandweervrijwilligers moeten door het niet verlengen van de uitzonderingsovereenkomst duizenden euro’s aan sociale premies voorschieten, ontvangen tijdelijk geen salaris, of riskeren door de Belastingdienst te worden gezien als fraudeurs. Sommige Belgische werkgevers dreigen zelfs met ontslag vanwege de administratieve en fiscale rompslomp.

De situatie is zo nijpend dat de Veiligheidsregio Zeeland een deel van de getroffenen zelfs heeft geadviseerd om (tijdelijk) ontslag te nemen als brandweervrijwilliger om erger te voorkomen.

BBB wil dat ministers onmiddellijk actie ondernemen om de brandweerzorg in de Zeeuws-Vlaamse regio te redden.

Lees hieronder onze Kamervragen:

Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Financiën over het bericht Europese regels zorgen voor problemen bij Zeeuws-Vlaamse brandweer: ‘Ik heb ze vol enthousiasme binnengehaald en nu in een bak ellende gesleurd’

  1. Bent u bekend met de berichtgeving van Omroep Zeeland en de brandbrief van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers over de circa dertig Zeeuwse brandweervrijwilligers die door de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 in ernstige financiële en sociaalzekerheidsrechtelijke problemen dreigen te komen?
  2. Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is dat mensen die zich vrijwillig inzetten voor de openbare veiligheid hierdoor persoonlijk financieel nadeel kunnen ondervinden?
  3. U heeft inmiddels aangegeven dat Nederland en België verkennen of een structurele kaderuitzondering op grond van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 883/2004 mogelijk en wenselijk is en dat deze verkenning naar verwachting ten minste een half jaar zal duren. Welke concrete stappen worden in deze periode gezet, welke planning is hiervoor afgesproken en wanneer verwacht u een definitief besluit?
  4. Klopt het dat deze Europese regelgeving oorspronkelijk bedoeld is om grensoverschrijdend werken te vergemakkelijken? Hoe verhoudt dat doel zich volgens u tot de huidige situatie, waarin vrijwilligers juist worden ontmoedigd zich in te zetten voor de openbare veiligheid?
  5. Welke bewindspersoon voert op dit dossier de regie richting de Belgische autoriteiten en op welke wijze werken de ministeries van SZW, JenV en Financiën hierin samen?
  6. Bent u bereid om, vooruitlopend op een structurele oplossing, samen met Veiligheidsregio Zeeland een tijdelijke voorziening te treffen waardoor betrokken vrijwilligers geen financieel, fiscaal of sociaalzekerheidsrechtelijk nadeel ondervinden? Geldt deze tijdelijke voorziening dan ook voor de ongeveer dertig vrijwilligers van wie een eerdere uitzondering inmiddels is verlopen, of uitsluitend voor de twee à drie vrijwilligers waarvan een lopende uitzondering binnenkort afloopt?
  7. U geeft aan dat bestaande uitzonderingen die binnenkort aflopen voorlopig worden gecontinueerd. Waarom geldt deze oplossing niet voor de vrijwilligers van wie een eerdere uitzondering inmiddels al is verlopen?
  8. Bent u bereid samen met de SVB, de Belgische RSZ, Veiligheidsregio Zeeland en vertegenwoordigers van de betrokken vrijwilligers een versnelde procedure in te richten voor de circa dertig getroffen vrijwilligers?
  9. Hoe beoordeelt u de positie van vrijwilligers die inmiddels een Nederlandse A1-verklaring hebben ontvangen en daartegen bezwaar moeten maken?
  10. Heeft het bezwaar tegen een A1-verklaring een opschortende werking? Zo nee, hoe voorkomt u dat vrijwilligers tijdens de bezwaarprocedure al met financiële of fiscale gevolgen worden geconfronteerd?
  11. Hoe beoordeelt u de gevolgen die deze problematiek heeft voor Belgische werkgevers van deze vrijwilligers? Acht u het wenselijk dat werkgevers worden geconfronteerd met administratieve lasten en onzekerheid doordat werknemers zich vrijwillig inzetten voor de Nederlandse brandweer?
  12. Klopt het dat Veiligheidsregio Zeeland sommige vrijwilligers heeft geadviseerd hun vrijwilligersfunctie neer te leggen om verdere financiële en sociaalzekerheidsrechtelijke problemen te voorkomen? Hoe beoordeelt u het dat mensen zich genoodzaakt voelen hun inzet voor de brandweer te beëindigen vanwege de gevolgen van deze regelgeving?
  13. Bent u bekend met het feit dat inmiddels vrijwilligers hun functie hebben neergelegd én dat de brandweerposten Westdorpe en Koewacht onder andere bij een grote brand in een paardenstal in Clinge niet konden uitrukken vanwege een tekort aan beschikbare vrijwilligers? Hoe beoordeelt u dit voor de brandweerzorg en de openbare veiligheid?
  14. Welke gevolgen verwacht u dat deze problematiek heeft voor het werven en behouden van brandweervrijwilligers in grensregio’s als hiervoor niet op zeer korte termijn een oplossing wordt gevonden? Waarom heeft deze problematiek, ondanks dat zij al geruime tijd bekend is, nog niet geleid tot een structurele oplossing?
  15. Wanneer is het Rijk voor het eerst op de hoogte gebracht van deze problematiek? Welke acties zijn sindsdien ondernomen en waarom heeft dit nog niet tot een oplossing geleid?
  16. Bent u bereid de Tweede Kamer op zeer korte termijn te informeren over de omvang van deze problematiek, de voortgang van de gesprekken met België en de concrete maatregelen die worden getroffen?
  17. Bent u bereid zich in Europees verband in te zetten voor een structurele aanpassing van de coördinatieregels, zodat een beperkte vrijwilligersfunctie bij een publieke veiligheidsorganisatie niet langer automatisch leidt tot disproportionele gevolgen voor de sociale zekerheidspositie uit het hoofdberoep?
  18. Kunt u toezeggen dat geen enkele brandweervrijwilliger uiteindelijk persoonlijk de financiële rekening hoeft te betalen voor een systeemprobleem dat voortvloeit uit Europese regelgeving en de uitvoering daarvan? Zo ja: hoe gaat u de individuele brandweervrijwilligers ondersteunen die op dit moment problemen ondervinden? Zo nee: waarom niet en wat kunt u wel toezeggen?
  19. Kunt u daarnaast toezeggen dat geen enkele brandweervrijwilliger persoonlijk financieel nadeel zal ondervinden zolang Nederland en België nog werken aan een structurele oplossing? Zo nee, waarom niet?

Deel dit artikel

ANP-533383845-brandweer-LR

Zeeuws-Vlaamse brandweerzorg in gevaar

ANP-533383845-brandweer-LR

Tientallen Zeeuws-Vlaamse brandweerlieden zijn de dupe van het niet verlengen van een uitzonderingsovereenkomst tussen Nederland en België. Voor hen dreigt ontslag, geen salaris of aangemerkt worden als fraudeur. De lokale brandweerzorg komt hiermee in direct gevaar. BBB heeft hierover Kamervragen gesteld aan minister van J&V, David van Weel en de minister van SZW (sociale zaken), Hans Vijlbrief.

Vrijwilligers die in Nederland bij de Brandweer Zeeland actief zijn, maar hun dagelijkse hoofdbaan in België hebben, vallen door het niet verlengen van de uitzonderingsovereenkomst plotseling onder het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel in plaats van het Belgische. Door het niet verlengen treedt de Europese hoofdregel direct in werking. Alleen voor een enkele brandweervrijwilliger met een bestaande uitzondering, blijft de uitzondering van kracht zolang Nederland en België met elkaar onderhandelen. Voor een dertigtal brandweermensen in Zeeuws-Vlaanderen geldt dit echter niet.

De gevolgen voor de veiligheid in Zeeuws-Vlaanderen kunnen groot zijn, melden ook diverse Zeeuwse media. Veel grensposten leunen immers zwaar op deze specifieke vrijwilligers. Bij de post Westdorpe werkt bijvoorbeeld een kwart van het korps over de grens.

“Dit moet snel worden opgelost”, zegt Kamerlid Caroline van der Plas. “Het is essentieel dat Zeeuws-Vlaanderen genoeg vrijwillige brandweerlieden heeft. Laatst konden de posten Westdorpe en Koewacht al eens niet uitrukken voor een grote stalbrand in Clinge bij gebrek aan inzetbaar personeel. Dat is al vreselijk en wat als er straks een brand of een ander incident is waar, door gebrek aan brandweermensen, dodelijke slachtoffers vallen? Dat mag nooit gebeuren”, aldus Van der Plas.

Nijpend

Meerdere brandweervrijwilligers moeten door het niet verlengen van de uitzonderingsovereenkomst duizenden euro’s aan sociale premies voorschieten, ontvangen tijdelijk geen salaris, of riskeren door de Belastingdienst te worden gezien als fraudeurs. Sommige Belgische werkgevers dreigen zelfs met ontslag vanwege de administratieve en fiscale rompslomp.

De situatie is zo nijpend dat de Veiligheidsregio Zeeland een deel van de getroffenen zelfs heeft geadviseerd om (tijdelijk) ontslag te nemen als brandweervrijwilliger om erger te voorkomen.

BBB wil dat ministers onmiddellijk actie ondernemen om de brandweerzorg in de Zeeuws-Vlaamse regio te redden.

Lees hieronder onze Kamervragen:

Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Financiën over het bericht Europese regels zorgen voor problemen bij Zeeuws-Vlaamse brandweer: ‘Ik heb ze vol enthousiasme binnengehaald en nu in een bak ellende gesleurd’

  1. Bent u bekend met de berichtgeving van Omroep Zeeland en de brandbrief van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers over de circa dertig Zeeuwse brandweervrijwilligers die door de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 in ernstige financiële en sociaalzekerheidsrechtelijke problemen dreigen te komen?
  2. Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is dat mensen die zich vrijwillig inzetten voor de openbare veiligheid hierdoor persoonlijk financieel nadeel kunnen ondervinden?
  3. U heeft inmiddels aangegeven dat Nederland en België verkennen of een structurele kaderuitzondering op grond van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 883/2004 mogelijk en wenselijk is en dat deze verkenning naar verwachting ten minste een half jaar zal duren. Welke concrete stappen worden in deze periode gezet, welke planning is hiervoor afgesproken en wanneer verwacht u een definitief besluit?
  4. Klopt het dat deze Europese regelgeving oorspronkelijk bedoeld is om grensoverschrijdend werken te vergemakkelijken? Hoe verhoudt dat doel zich volgens u tot de huidige situatie, waarin vrijwilligers juist worden ontmoedigd zich in te zetten voor de openbare veiligheid?
  5. Welke bewindspersoon voert op dit dossier de regie richting de Belgische autoriteiten en op welke wijze werken de ministeries van SZW, JenV en Financiën hierin samen?
  6. Bent u bereid om, vooruitlopend op een structurele oplossing, samen met Veiligheidsregio Zeeland een tijdelijke voorziening te treffen waardoor betrokken vrijwilligers geen financieel, fiscaal of sociaalzekerheidsrechtelijk nadeel ondervinden? Geldt deze tijdelijke voorziening dan ook voor de ongeveer dertig vrijwilligers van wie een eerdere uitzondering inmiddels is verlopen, of uitsluitend voor de twee à drie vrijwilligers waarvan een lopende uitzondering binnenkort afloopt?
  7. U geeft aan dat bestaande uitzonderingen die binnenkort aflopen voorlopig worden gecontinueerd. Waarom geldt deze oplossing niet voor de vrijwilligers van wie een eerdere uitzondering inmiddels al is verlopen?
  8. Bent u bereid samen met de SVB, de Belgische RSZ, Veiligheidsregio Zeeland en vertegenwoordigers van de betrokken vrijwilligers een versnelde procedure in te richten voor de circa dertig getroffen vrijwilligers?
  9. Hoe beoordeelt u de positie van vrijwilligers die inmiddels een Nederlandse A1-verklaring hebben ontvangen en daartegen bezwaar moeten maken?
  10. Heeft het bezwaar tegen een A1-verklaring een opschortende werking? Zo nee, hoe voorkomt u dat vrijwilligers tijdens de bezwaarprocedure al met financiële of fiscale gevolgen worden geconfronteerd?
  11. Hoe beoordeelt u de gevolgen die deze problematiek heeft voor Belgische werkgevers van deze vrijwilligers? Acht u het wenselijk dat werkgevers worden geconfronteerd met administratieve lasten en onzekerheid doordat werknemers zich vrijwillig inzetten voor de Nederlandse brandweer?
  12. Klopt het dat Veiligheidsregio Zeeland sommige vrijwilligers heeft geadviseerd hun vrijwilligersfunctie neer te leggen om verdere financiële en sociaalzekerheidsrechtelijke problemen te voorkomen? Hoe beoordeelt u het dat mensen zich genoodzaakt voelen hun inzet voor de brandweer te beëindigen vanwege de gevolgen van deze regelgeving?
  13. Bent u bekend met het feit dat inmiddels vrijwilligers hun functie hebben neergelegd én dat de brandweerposten Westdorpe en Koewacht onder andere bij een grote brand in een paardenstal in Clinge niet konden uitrukken vanwege een tekort aan beschikbare vrijwilligers? Hoe beoordeelt u dit voor de brandweerzorg en de openbare veiligheid?
  14. Welke gevolgen verwacht u dat deze problematiek heeft voor het werven en behouden van brandweervrijwilligers in grensregio’s als hiervoor niet op zeer korte termijn een oplossing wordt gevonden? Waarom heeft deze problematiek, ondanks dat zij al geruime tijd bekend is, nog niet geleid tot een structurele oplossing?
  15. Wanneer is het Rijk voor het eerst op de hoogte gebracht van deze problematiek? Welke acties zijn sindsdien ondernomen en waarom heeft dit nog niet tot een oplossing geleid?
  16. Bent u bereid de Tweede Kamer op zeer korte termijn te informeren over de omvang van deze problematiek, de voortgang van de gesprekken met België en de concrete maatregelen die worden getroffen?
  17. Bent u bereid zich in Europees verband in te zetten voor een structurele aanpassing van de coördinatieregels, zodat een beperkte vrijwilligersfunctie bij een publieke veiligheidsorganisatie niet langer automatisch leidt tot disproportionele gevolgen voor de sociale zekerheidspositie uit het hoofdberoep?
  18. Kunt u toezeggen dat geen enkele brandweervrijwilliger uiteindelijk persoonlijk de financiële rekening hoeft te betalen voor een systeemprobleem dat voortvloeit uit Europese regelgeving en de uitvoering daarvan? Zo ja: hoe gaat u de individuele brandweervrijwilligers ondersteunen die op dit moment problemen ondervinden? Zo nee: waarom niet en wat kunt u wel toezeggen?
  19. Kunt u daarnaast toezeggen dat geen enkele brandweervrijwilliger persoonlijk financieel nadeel zal ondervinden zolang Nederland en België nog werken aan een structurele oplossing? Zo nee, waarom niet?

Deel dit artikel