BBB Utrecht: Utrechts BoerenStrafPlan legt lasten bij alle boeren, andere sectoren buiten beeld
Gepubliceerd op 27 november 2025
BBB Utrecht maakt zich grote zorgen over het vandaag gepresenteerde Ontwerp-UPLG. Gedeputeerde Mirjam Sterk (CDA) stelt dat het plan boeren perspectief biedt, maar in de praktijk legt het harde kaders op die juist het perspectief ondermijnen. Het UPLG is een BoerenStrafPlan geworden die alle agrarische bedrijven in de provincie raakt, ongeacht locatie of bedrijfsvoering, en doet dat met maatregelen die financieel en praktisch extreem zwaar uitpakken.
Financiële druk op boeren
Uit het door de provincie zelf opgevraagde WUR-onderzoek blijkt dat de voorgestelde maatregelen leiden tot tienduizenden euro’s extra kosten per bedrijf per jaar. Voor een gemiddeld melkveebedrijf lopen deze lasten op tot bedragen tussen de veertig- en negentigduizend euro, los van investeringen, vergunningsvraagstukken en blijvende onzekerheid over bedrijfscontinuïteit. De provincie stelt dat zij boeren perspectief wil bieden, maar legt tegelijkertijd een pakket neer dat perspectief voor een grote groep bedrijven juist ondermijnt. Daarmee voldoen het UPLG op dit moment niet aan het eigen uitgangspunt van een economisch rendabele landbouwsector.
Andere sectoren blijven buiten beeld
Daarnaast valt het op dat andere sectoren nauwelijks worden meegenomen in de stikstofaanpak. Terwijl boeren te maken krijgen met peilverhogingen, waterinfiltratiesystemen, beperkingen in teelt en bemesting, bredere zones rond natuurgebieden en strengere emissie-eisen, blijft de bijdrage van verkeer, industrie, bouw en andere NOₓ-uitstoters vrijwel volledig buiten beeld. Een plan dat zichzelf “integraal” noemt, moet verantwoordelijkheden eerlijk verdelen.
Van partnerschap naar dwang?
In de communicatie rondom het UPLG wordt herhaaldelijk benadrukt dat “boeren zelf aan het stuur staan” en dat de provincie inzet op samenwerking en maatwerk. Tegelijkertijd wordt wél alvast een generieke en verplichte norm van 40 kilogram ammoniak per hectare in de Omgevingsverordening opgenomen. Die norm fungeert in de praktijk als drukmiddel “als stok om mee te slaan”: wie niet op andere manieren aan de eisen kan voldoen, wordt via deze grenswaarde alsnog tot inkrimping of forse aanpassingen gedwongen. Het gaat bovendien niet alleen om individuele bedrijven: als de sector als geheel de norm niet haalt, grijpt de provincie alsnog in. Daarmee hangt er een collectieve stok boven de hele agrarische sector, wat de onzekerheid voor boeren nog verder vergroot. Dat is geen partnerschap, maar vooraf vastgelegde dwingendheid – en het staat haaks op de belofte van eigen regie voor boeren.
Dreigende onteigening
Daar komt bij dat de provincie in het Ontwerp-UPLG een nieuwe en zeer ingrijpende stap zet: het aanwijzen van grote gebieden als zogenoemde essentiële percelen natuur. Volgens de provincie moet natuur precies op díe percelen worden gerealiseerd, waardoor grondruil of alternatieve invulling vrijwel onmogelijk wordt gemaakt. De provincie Utrecht is bereid om voor deze percelen tot onteigening over te gaan.
Voor boeren die in deze gebieden ondernemen, betekent dit dat zij niet alleen worden geconfronteerd met zware maatregelen uit het UPLG, maar ook met de realiteit dat hun grond kan worden afgedwongen. Deze mogelijke onteigening komt nauwelijks terug in de communicatie over het UPLG, terwijl de gevolgen voor boerengezinnen enorm zijn.
Oproep van BBB Utrecht
BBB Utrecht onderschrijft dat natuurherstel belangrijk is en dat beleid toekomstgericht moet zijn. Maar dat kan alleen wanneer de lasten eerlijk worden verdeeld, wanneer er rekening wordt gehouden met verschillen tussen gebieden, en wanneer boeren daadwerkelijk uitzicht houden op een levensvatbare bedrijfsvoering.
Het huidige ontwerp-UPLG mist die balans. BBB Utrecht roept de provincie dan ook op om met een plan te komen dat boeren perspectief geeft, de natuur versterkt en alle sectoren in Utrecht op een rechtvaardige manier betrekt.
Deel dit artikel
BBB Utrecht: Utrechts BoerenStrafPlan legt lasten bij alle boeren, andere sectoren buiten beeld
BBB Utrecht maakt zich grote zorgen over het vandaag gepresenteerde Ontwerp-UPLG. Gedeputeerde Mirjam Sterk (CDA) stelt dat het plan boeren perspectief biedt, maar in de praktijk legt het harde kaders op die juist het perspectief ondermijnen. Het UPLG is een BoerenStrafPlan geworden die alle agrarische bedrijven in de provincie raakt, ongeacht locatie of bedrijfsvoering, en doet dat met maatregelen die financieel en praktisch extreem zwaar uitpakken.
Financiële druk op boeren
Uit het door de provincie zelf opgevraagde WUR-onderzoek blijkt dat de voorgestelde maatregelen leiden tot tienduizenden euro’s extra kosten per bedrijf per jaar. Voor een gemiddeld melkveebedrijf lopen deze lasten op tot bedragen tussen de veertig- en negentigduizend euro, los van investeringen, vergunningsvraagstukken en blijvende onzekerheid over bedrijfscontinuïteit. De provincie stelt dat zij boeren perspectief wil bieden, maar legt tegelijkertijd een pakket neer dat perspectief voor een grote groep bedrijven juist ondermijnt. Daarmee voldoen het UPLG op dit moment niet aan het eigen uitgangspunt van een economisch rendabele landbouwsector.
Andere sectoren blijven buiten beeld
Daarnaast valt het op dat andere sectoren nauwelijks worden meegenomen in de stikstofaanpak. Terwijl boeren te maken krijgen met peilverhogingen, waterinfiltratiesystemen, beperkingen in teelt en bemesting, bredere zones rond natuurgebieden en strengere emissie-eisen, blijft de bijdrage van verkeer, industrie, bouw en andere NOₓ-uitstoters vrijwel volledig buiten beeld. Een plan dat zichzelf “integraal” noemt, moet verantwoordelijkheden eerlijk verdelen.
Van partnerschap naar dwang?
In de communicatie rondom het UPLG wordt herhaaldelijk benadrukt dat “boeren zelf aan het stuur staan” en dat de provincie inzet op samenwerking en maatwerk. Tegelijkertijd wordt wél alvast een generieke en verplichte norm van 40 kilogram ammoniak per hectare in de Omgevingsverordening opgenomen. Die norm fungeert in de praktijk als drukmiddel “als stok om mee te slaan”: wie niet op andere manieren aan de eisen kan voldoen, wordt via deze grenswaarde alsnog tot inkrimping of forse aanpassingen gedwongen. Het gaat bovendien niet alleen om individuele bedrijven: als de sector als geheel de norm niet haalt, grijpt de provincie alsnog in. Daarmee hangt er een collectieve stok boven de hele agrarische sector, wat de onzekerheid voor boeren nog verder vergroot. Dat is geen partnerschap, maar vooraf vastgelegde dwingendheid – en het staat haaks op de belofte van eigen regie voor boeren.
Dreigende onteigening
Daar komt bij dat de provincie in het Ontwerp-UPLG een nieuwe en zeer ingrijpende stap zet: het aanwijzen van grote gebieden als zogenoemde essentiële percelen natuur. Volgens de provincie moet natuur precies op díe percelen worden gerealiseerd, waardoor grondruil of alternatieve invulling vrijwel onmogelijk wordt gemaakt. De provincie Utrecht is bereid om voor deze percelen tot onteigening over te gaan.
Voor boeren die in deze gebieden ondernemen, betekent dit dat zij niet alleen worden geconfronteerd met zware maatregelen uit het UPLG, maar ook met de realiteit dat hun grond kan worden afgedwongen. Deze mogelijke onteigening komt nauwelijks terug in de communicatie over het UPLG, terwijl de gevolgen voor boerengezinnen enorm zijn.
Oproep van BBB Utrecht
BBB Utrecht onderschrijft dat natuurherstel belangrijk is en dat beleid toekomstgericht moet zijn. Maar dat kan alleen wanneer de lasten eerlijk worden verdeeld, wanneer er rekening wordt gehouden met verschillen tussen gebieden, en wanneer boeren daadwerkelijk uitzicht houden op een levensvatbare bedrijfsvoering.
Het huidige ontwerp-UPLG mist die balans. BBB Utrecht roept de provincie dan ook op om met een plan te komen dat boeren perspectief geeft, de natuur versterkt en alle sectoren in Utrecht op een rechtvaardige manier betrekt.