UPLG vastgesteld – BBB Utrecht zeer teleurgesteld

Gepubliceerd op 15 juli 2026

De BBB-fractie in Provinciale Staten van Utrecht is zeer teleurgesteld dat Gedeputeerde Staten het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) hebben vastgesteld. Volgens de fractie houdt de provincie vast aan de vanachter de tekentafel bedachte koers, en is er te weinig gedaan met de ruim 1.700 zienswijzen die door inwoners, agrariërs en maatschappelijke organisaties zijn ingediend.

Vanaf het eerste uur heeft de BBB-fractie zich verzet tegen dit ingrijpende plan voor het landelijk gebied in de provincie. In de definitieve versie is volgens BBB weinig gedaan met de bezwaren die door boeren, inwoners en maatschappelijke organisaties zijn ingebracht. De agrariër wordt opnieuw stevig aan de lat gelegd, terwijl de provincie zelf niet kan garanderen dat vergunningverlening hierdoor daadwerkelijk weer op gang komt. Ook van het economisch perspectief voor boeren is volgens de BBB nauwelijks iets terug te zien. Tegelijkertijd dreigt de agrarische sector opnieuw te worden geconfronteerd met een stapeling van regels, doordat Utrecht kiest voor een eigen aanpak bovenop de landelijke koers.

“Boeren krijgen opnieuw meer regels, terwijl de provincie zelf niet kan beloven dat vergunningverlening hierdoor weer op gang komt. Van – het door de provincie zelf beloofde – economisch perspectief voor de landbouw blijft in de praktijk weinig over. Dat vinden wij onverantwoord beleid,” aldus BBB-Statenlid Kees van Vuuren.

Het UPLG omvat een omvangrijk pakket aan maatregelen op het gebied van water en bodem, natuur, klimaat en landbouw. De belangrijkste regels worden later dit jaar vastgelegd in de Omgevingsverordening, waar Provinciale Staten uiteindelijk over besluiten.

Een belangrijk onderdeel van het plan is de invoering van een emissiegrenswaarde voor de melkveehouderij van 42 kilogram ammoniak per hectare per jaar in de Omgevingsverordening. Volgens de provincie is dit bedoeld als “stok achter de deur”. Alleen door deze norm wettelijk vast te leggen, zou vergunningverlening voor PAS-melders en andere aanvragers weer op gang kunnen komen. Tijdens de informatiebijeenkomst voor Statenleden op 15 juli bleek echter opnieuw dat hierover nog grote onzekerheid bestaat. Sterker nog: de provincie erkent zelf dat de maatregelen uit het UPLG op zichzelf naar verwachting onvoldoende zijn om vergunningverlening mogelijk te maken. Daarmee blijft volgens BBB onduidelijk waarvoor agrariërs deze ingrijpende maatregelen precies moeten accepteren.

Daar komt bij dat het Kabinet inmiddels met de Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw ook stevige maatregelen voor de landbouw voorbereid. Dat boeren uiteindelijk de dupe worden van een stapeling van regelgeving kan daarmee niet worden uitgesloten. 

De provincie Utrecht heeft vanaf het begin steeds benadrukt dat het UPLG niet alleen moet bijdragen aan natuur-, water- en klimaatdoelen, maar óók aan een economisch perspectief voor de agrarische sector. Deze zogenoemde ‘vierde pijler’ was volgens het provinciebestuur een onmisbare voorwaarde voor het slagen van het UPLG. Juist daarom is de teleurstelling van de BBB-fractie zo groot. Ondanks de vele zienswijzen van agrarische ondernemers ziet de fractie van dat economische perspectief nauwelijks iets terug in het definitieve plan.

Die kritiek staat niet op zichzelf. Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) concludeerde dat het perspectief en verdienvermogen van agrariërs onvoldoende zijn uitgewerkt. Volgens de commissie is dat juist een essentiële voorwaarde om ook de andere doelen van het UPLG daadwerkelijk te kunnen realiseren.

BBB waarschuwde eerder al dat de financiële uitvoerbaarheid van het UPLG onvoldoende inzichtelijk was. Daarom diende de fractie tijdens de behandeling van de Kadernota een motie in om de financiële gevolgen van het UPLG volledig in beeld te brengen. Daarmee moest inzichtelijk worden of de provincie haar eigen uitvoeringsplannen wel financieel kan waarmaken. Hoewel de gedeputeerde na enkele aanpassingen bereid was de motie over te nemen, stemde een deel van de coalitiepartijen, waaronder D66 en het CDA, alsnog tegen. De motie haalde het daardoor net niet.

Tegelijkertijd wist BBB wél een belangrijk resultaat te behalen voor de Utrechtse fruitteelt. Dankzij een eerder aangenomen BBB-motie worden fruitteeltbedrijven in de nabijheid van Natura 2000-gebieden voorlopig uitgezonderd van de restrictieve zone van 250 meter rondom deze gebieden. Daarmee blijven de karakteristieke appel- en perenboomgaarden in de provincie voorlopig behouden.

Volgens BBB is het UPLG een plan dat vanachter bureaus op de bovenste verdieping van het provinciehuis is bedacht, zonder breed draagvlak onder de inwoners. Het landelijk gebied gaat ingrijpend op de schop en boeren worden geconfronteerd met meer administratie, strengere regels en financiële onzekerheid. Zonder dat de provincie kan garanderen dat de vergunningverlening daadwerkelijk op gang komt. 

BBB zal zich daarom ook bij de behandeling van de Omgevingsverordening blijven verzetten tegen maatregelen die het ondernemerschap verder beperken. Vandaag overheerst echter vooral de teleurstelling dat de provincie opnieuw kiest voor een koers die volgens de BBB onvoldoende draagvlak heeft in het landelijk gebied en die boeren eerder belemmert dan vooruithelpt.

Deel dit artikel

Koe

UPLG vastgesteld – BBB Utrecht zeer teleurgesteld

Koe

De BBB-fractie in Provinciale Staten van Utrecht is zeer teleurgesteld dat Gedeputeerde Staten het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) hebben vastgesteld. Volgens de fractie houdt de provincie vast aan de vanachter de tekentafel bedachte koers, en is er te weinig gedaan met de ruim 1.700 zienswijzen die door inwoners, agrariërs en maatschappelijke organisaties zijn ingediend.

Vanaf het eerste uur heeft de BBB-fractie zich verzet tegen dit ingrijpende plan voor het landelijk gebied in de provincie. In de definitieve versie is volgens BBB weinig gedaan met de bezwaren die door boeren, inwoners en maatschappelijke organisaties zijn ingebracht. De agrariër wordt opnieuw stevig aan de lat gelegd, terwijl de provincie zelf niet kan garanderen dat vergunningverlening hierdoor daadwerkelijk weer op gang komt. Ook van het economisch perspectief voor boeren is volgens de BBB nauwelijks iets terug te zien. Tegelijkertijd dreigt de agrarische sector opnieuw te worden geconfronteerd met een stapeling van regels, doordat Utrecht kiest voor een eigen aanpak bovenop de landelijke koers.

“Boeren krijgen opnieuw meer regels, terwijl de provincie zelf niet kan beloven dat vergunningverlening hierdoor weer op gang komt. Van – het door de provincie zelf beloofde – economisch perspectief voor de landbouw blijft in de praktijk weinig over. Dat vinden wij onverantwoord beleid,” aldus BBB-Statenlid Kees van Vuuren.

Het UPLG omvat een omvangrijk pakket aan maatregelen op het gebied van water en bodem, natuur, klimaat en landbouw. De belangrijkste regels worden later dit jaar vastgelegd in de Omgevingsverordening, waar Provinciale Staten uiteindelijk over besluiten.

Een belangrijk onderdeel van het plan is de invoering van een emissiegrenswaarde voor de melkveehouderij van 42 kilogram ammoniak per hectare per jaar in de Omgevingsverordening. Volgens de provincie is dit bedoeld als “stok achter de deur”. Alleen door deze norm wettelijk vast te leggen, zou vergunningverlening voor PAS-melders en andere aanvragers weer op gang kunnen komen. Tijdens de informatiebijeenkomst voor Statenleden op 15 juli bleek echter opnieuw dat hierover nog grote onzekerheid bestaat. Sterker nog: de provincie erkent zelf dat de maatregelen uit het UPLG op zichzelf naar verwachting onvoldoende zijn om vergunningverlening mogelijk te maken. Daarmee blijft volgens BBB onduidelijk waarvoor agrariërs deze ingrijpende maatregelen precies moeten accepteren.

Daar komt bij dat het Kabinet inmiddels met de Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw ook stevige maatregelen voor de landbouw voorbereid. Dat boeren uiteindelijk de dupe worden van een stapeling van regelgeving kan daarmee niet worden uitgesloten. 

De provincie Utrecht heeft vanaf het begin steeds benadrukt dat het UPLG niet alleen moet bijdragen aan natuur-, water- en klimaatdoelen, maar óók aan een economisch perspectief voor de agrarische sector. Deze zogenoemde ‘vierde pijler’ was volgens het provinciebestuur een onmisbare voorwaarde voor het slagen van het UPLG. Juist daarom is de teleurstelling van de BBB-fractie zo groot. Ondanks de vele zienswijzen van agrarische ondernemers ziet de fractie van dat economische perspectief nauwelijks iets terug in het definitieve plan.

Die kritiek staat niet op zichzelf. Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) concludeerde dat het perspectief en verdienvermogen van agrariërs onvoldoende zijn uitgewerkt. Volgens de commissie is dat juist een essentiële voorwaarde om ook de andere doelen van het UPLG daadwerkelijk te kunnen realiseren.

BBB waarschuwde eerder al dat de financiële uitvoerbaarheid van het UPLG onvoldoende inzichtelijk was. Daarom diende de fractie tijdens de behandeling van de Kadernota een motie in om de financiële gevolgen van het UPLG volledig in beeld te brengen. Daarmee moest inzichtelijk worden of de provincie haar eigen uitvoeringsplannen wel financieel kan waarmaken. Hoewel de gedeputeerde na enkele aanpassingen bereid was de motie over te nemen, stemde een deel van de coalitiepartijen, waaronder D66 en het CDA, alsnog tegen. De motie haalde het daardoor net niet.

Tegelijkertijd wist BBB wél een belangrijk resultaat te behalen voor de Utrechtse fruitteelt. Dankzij een eerder aangenomen BBB-motie worden fruitteeltbedrijven in de nabijheid van Natura 2000-gebieden voorlopig uitgezonderd van de restrictieve zone van 250 meter rondom deze gebieden. Daarmee blijven de karakteristieke appel- en perenboomgaarden in de provincie voorlopig behouden.

Volgens BBB is het UPLG een plan dat vanachter bureaus op de bovenste verdieping van het provinciehuis is bedacht, zonder breed draagvlak onder de inwoners. Het landelijk gebied gaat ingrijpend op de schop en boeren worden geconfronteerd met meer administratie, strengere regels en financiële onzekerheid. Zonder dat de provincie kan garanderen dat de vergunningverlening daadwerkelijk op gang komt. 

BBB zal zich daarom ook bij de behandeling van de Omgevingsverordening blijven verzetten tegen maatregelen die het ondernemerschap verder beperken. Vandaag overheerst echter vooral de teleurstelling dat de provincie opnieuw kiest voor een koers die volgens de BBB onvoldoende draagvlak heeft in het landelijk gebied en die boeren eerder belemmert dan vooruithelpt.

Deel dit artikel