BBB Zuid-Holland: Eerst meten, dan sturen
Gepubliceerd op 18 december 2025
BBB Zuid-Holland heeft in Provinciale Staten aandacht gevraagd voor een blinde vlek in het waterkwaliteitsbeleid. Statenlid Heidi Looy agendeerde op 10 december 2025 de motie ‘Breng nutriëntenbelasting door watervogels in beeld’, met als doel inzicht te krijgen in de nutriëntenbelasting door watervogels. Niet als politieke provocatie, maar als uitnodiging tot precisie. Volgens BBB Zuid-Holland is meten noodzakelijk voordat nieuwe maatregelen worden opgelegd aan boeren en grondeigenaren.
Looy licht toe dat waterkwaliteit in Zuid-Holland geen abstract beleidsdoel is, maar een concrete opgave. De Kaderrichtlijn Water (KRW) legt de lat hoog en de druk om die doelen te halen neemt toe. In die context klinkt steeds vaker de roep om aanvullende maatregelen, met name richting landbouw en grondeigenaren. Maar wie serieus wil sturen op waterkwaliteit, moet volgens BBB eerst precies weten waar de belasting vandaan komt. Dat is volgens de partij geen vertraging, maar de kern van goed bestuur.
Een blinde vlek in het debat
Looy vervolgt dat uit onderzoeken van onder meer Wageningen University & Research (WUR), Sovon en internationale studies blijkt dat overwinterende watervogels lokaal een forse bijdrage kunnen leveren aan de nutriëntenbelasting van oppervlaktewater. In specifieke gebieden kan die bijdrage oplopen tot 50 tot 90 procent van de fosfaatbelasting, naast een substantiële hoeveelheid stikstof.
Volgens BBB Zuid-Holland gaat het daarbij niet om marges, maar om systeemfactoren. In gebieden als de Reeuwijkse Plassen, de Nieuwkoopse Plassen en delen van de Krimpenerwaard komen grote concentraties smienten, zwanen en aalscholvers samen. Hun uitwerpselen belanden rechtstreeks in het water. Toch spelen deze bronnen in veel gebiedsprocessen nauwelijks een rol, terwijl maatregelen wel degelijk worden verwacht van boeren en andere grondeigenaren, ook daar waar zij geen invloed hebben op deze belasting.
BBB Zuid-Holland noemt die situatie bestuurlijk onhoudbaar.
Van motie naar toezegging
Tijdens de behandeling van de motie deed gedeputeerde Weverling een toezegging: er komt een pilot in de Nieuwkoopse Plassen om de bijdrage van watervogels aan fosfaat- en stikstofbelasting daadwerkelijk te meten. Op basis van die toezegging heeft BBB Zuid-Holland ervoor gekozen de motie niet in stemming te brengen.
De partij geeft aan dat een toezegging geen voetnoot is, maar een verplichting tot uitvoering. BBB waardeert deze stap, maar merkt daarbij op dat de pilot wat haar betreft breder had mogen worden ingezet, juist om verschillen tussen gebieden inzichtelijk te maken. Ook bij Waterschap Rijnland lopen inmiddels trajecten, zij het met een andere aanpak. De komende periode moet duidelijk worden hoe deze lijnen samenkomen.
Meten is geen formaliteit
Volgens de BBB-fractie heeft meten alleen waarde als dit zorgvuldig gebeurt. Dat betekent: representatieve meetlocaties, een methode die onderscheid kan maken tussen bronnen en een meetperiode die winter- en trekseizoenen omvat. Alleen dan ontstaat een realistisch beeld van de feitelijke belasting van het water.
De uitkomsten van deze pilot zijn volgens de fractie cruciaal. Ze geven antwoord op vragen die nu te vaak worden ingevuld met aannames:
- wat is de daadwerkelijke bijdrage van watervogels aan fosfaat- en stikstofbelasting;
- in hoeverre beïnvloedt deze belasting het behalen van KRW-doelen;
- en kloppen de huidige beleidsveronderstellingen over herkomst van nutriënten nog wel?
BBB Zuid-Holland zal de uitvoering van de pilot daarom nauwgezet volgen: van meetopzet en timing tot interpretatie en beleidsdoorwerking.
Proportioneel beleid begint bij feiten
Looy benadrukt: “Goede data zijn geen luxe, maar een voorwaarde voor proportioneel waterkwaliteitsbeleid. Beleid dat werkt, verdeelt verantwoordelijkheden eerlijk en legt de rekening daar waar de belasting daadwerkelijk ontstaat. Niet door af te wentelen, maar door te benoemen.
Natuurherstel in Zuid-Holland vraagt om actieve sturing: investeren in kennis, ruimte bieden aan boeren die willen bijdragen, en keuzes maken op basis van feiten in plaats van veronderstellingen. Dat vraagt soms geduld, maar vooral bestuurlijke moed.
BBB staat voor een aanpak in de provincie waarin natuur en economie niet tegenover elkaar worden gezet, maar met elkaar in verband worden gebracht. Eerst meten. Dan sturen. Alleen zo blijft waterkwaliteit een gezamenlijke opgave en geen eenzijdige last.”
Deel dit artikel
BBB Zuid-Holland: Eerst meten, dan sturen
BBB Zuid-Holland heeft in Provinciale Staten aandacht gevraagd voor een blinde vlek in het waterkwaliteitsbeleid. Statenlid Heidi Looy agendeerde op 10 december 2025 de motie ‘Breng nutriëntenbelasting door watervogels in beeld’, met als doel inzicht te krijgen in de nutriëntenbelasting door watervogels. Niet als politieke provocatie, maar als uitnodiging tot precisie. Volgens BBB Zuid-Holland is meten noodzakelijk voordat nieuwe maatregelen worden opgelegd aan boeren en grondeigenaren.
Looy licht toe dat waterkwaliteit in Zuid-Holland geen abstract beleidsdoel is, maar een concrete opgave. De Kaderrichtlijn Water (KRW) legt de lat hoog en de druk om die doelen te halen neemt toe. In die context klinkt steeds vaker de roep om aanvullende maatregelen, met name richting landbouw en grondeigenaren. Maar wie serieus wil sturen op waterkwaliteit, moet volgens BBB eerst precies weten waar de belasting vandaan komt. Dat is volgens de partij geen vertraging, maar de kern van goed bestuur.
Een blinde vlek in het debat
Looy vervolgt dat uit onderzoeken van onder meer Wageningen University & Research (WUR), Sovon en internationale studies blijkt dat overwinterende watervogels lokaal een forse bijdrage kunnen leveren aan de nutriëntenbelasting van oppervlaktewater. In specifieke gebieden kan die bijdrage oplopen tot 50 tot 90 procent van de fosfaatbelasting, naast een substantiële hoeveelheid stikstof.
Volgens BBB Zuid-Holland gaat het daarbij niet om marges, maar om systeemfactoren. In gebieden als de Reeuwijkse Plassen, de Nieuwkoopse Plassen en delen van de Krimpenerwaard komen grote concentraties smienten, zwanen en aalscholvers samen. Hun uitwerpselen belanden rechtstreeks in het water. Toch spelen deze bronnen in veel gebiedsprocessen nauwelijks een rol, terwijl maatregelen wel degelijk worden verwacht van boeren en andere grondeigenaren, ook daar waar zij geen invloed hebben op deze belasting.
BBB Zuid-Holland noemt die situatie bestuurlijk onhoudbaar.
Van motie naar toezegging
Tijdens de behandeling van de motie deed gedeputeerde Weverling een toezegging: er komt een pilot in de Nieuwkoopse Plassen om de bijdrage van watervogels aan fosfaat- en stikstofbelasting daadwerkelijk te meten. Op basis van die toezegging heeft BBB Zuid-Holland ervoor gekozen de motie niet in stemming te brengen.
De partij geeft aan dat een toezegging geen voetnoot is, maar een verplichting tot uitvoering. BBB waardeert deze stap, maar merkt daarbij op dat de pilot wat haar betreft breder had mogen worden ingezet, juist om verschillen tussen gebieden inzichtelijk te maken. Ook bij Waterschap Rijnland lopen inmiddels trajecten, zij het met een andere aanpak. De komende periode moet duidelijk worden hoe deze lijnen samenkomen.
Meten is geen formaliteit
Volgens de BBB-fractie heeft meten alleen waarde als dit zorgvuldig gebeurt. Dat betekent: representatieve meetlocaties, een methode die onderscheid kan maken tussen bronnen en een meetperiode die winter- en trekseizoenen omvat. Alleen dan ontstaat een realistisch beeld van de feitelijke belasting van het water.
De uitkomsten van deze pilot zijn volgens de fractie cruciaal. Ze geven antwoord op vragen die nu te vaak worden ingevuld met aannames:
- wat is de daadwerkelijke bijdrage van watervogels aan fosfaat- en stikstofbelasting;
- in hoeverre beïnvloedt deze belasting het behalen van KRW-doelen;
- en kloppen de huidige beleidsveronderstellingen over herkomst van nutriënten nog wel?
BBB Zuid-Holland zal de uitvoering van de pilot daarom nauwgezet volgen: van meetopzet en timing tot interpretatie en beleidsdoorwerking.
Proportioneel beleid begint bij feiten
Looy benadrukt: “Goede data zijn geen luxe, maar een voorwaarde voor proportioneel waterkwaliteitsbeleid. Beleid dat werkt, verdeelt verantwoordelijkheden eerlijk en legt de rekening daar waar de belasting daadwerkelijk ontstaat. Niet door af te wentelen, maar door te benoemen.
Natuurherstel in Zuid-Holland vraagt om actieve sturing: investeren in kennis, ruimte bieden aan boeren die willen bijdragen, en keuzes maken op basis van feiten in plaats van veronderstellingen. Dat vraagt soms geduld, maar vooral bestuurlijke moed.
BBB staat voor een aanpak in de provincie waarin natuur en economie niet tegenover elkaar worden gezet, maar met elkaar in verband worden gebracht. Eerst meten. Dan sturen. Alleen zo blijft waterkwaliteit een gezamenlijke opgave en geen eenzijdige last.”